Simon Schoon

 KOMT DE MESSIAS EINDELIJK?

 

Voor onze kinderen Joyce, Judith, Rebecca en Ruben,
van wie wij dagelijks leren wat hopen inhoudt

 Inhoud

Woord vooraf                             ....

1. Nog een ander te verwachten? .....

2. Het joodse nee en het joodse ja

3. Het Koninkrijk voor Israël

4. Hoe lang nog?

5. Zijn komst bereiden

6. God alles in allen

 

Woord vooraf

Het hopen op het komen van God is in de bijbel een centraal thema. Met deze hoop is voor christenen het verwachten van de komst van Jezus verbonden. In de nieuwtestamentische gemeente nam het uitzien naar de parousie ('aankomst') van Jezus een belangrijke plaats in. In latere tijd stopte de christelijke dogmatiek deze verwachting weg in de 'leer van de laatste dingen'. Toch bleven christenen alle eeuwen door belijden, dat Jezus na zijn hemelvaart aan de rechterhand van God gezeten is, "vanwaar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden". Maar terwijl dit uitzicht in de vroegste periode van de kerk nog in het middelpunt stond, raakte deze hoop in het latere christendom al spoedig op de achtergrond. Alleen bij randgroeperin­gen in en buiten de kerk speelde de verwachting van de 'wederkomst' van Jezus een beslissende rol. Door de officiële kerken werden deze groepen met argwaan bejegend en soms ook hevig vervolgd. Na bijna 2000 jaar is er alle reden om die oude vraag opnieuw te stellen: Komt de messias eindelijk? In zes over­denkingen zal in dit boekje deze vraag van verschillende kanten worden belicht.

Het uitgangspunt voor de overdenkingen is telkens gekozen in twee korte lezingen, vrijwel steeds één uit het Oude Testament en één uit het Nieuwe Testament. Misschien kunnen de twee delen van deze uitgebreide verzameling boeken beter op de volgende wijze worden aangeduid: de Schriften van Israël en het apostolisch commentaar. Alleen vanuit de context van de Schriften van Israël is het christenen mogelijk iets te verstaan van het apostolische spreken over de parousie van Jezus. Naast het trachten te verstaan van de bedoeling van de teksten uit de bijbel is het tevens van groot belang om na te gaan, wat zowel de joodse als de christelijke traditie in die teksten gehoord hebben. Christenen dienen beide tradities in hun waarde te laten. Dat betekent, dat niet alleen de overeenkomsten maar ook de ­tegenstellingen en spanningen tussen beide tradities serieus genomen worden. Die mogen niet door kunstmatige pogingen tot harmonisatie worden opgeheven. In dit verband wil ik de naam noemen van een Duitse theo­loog, van wie ik in dit opzicht veel heb geleerd: Friedrich-Wilhelm Marquardt. Voor een nadere uitwerking zij verwezen naar mijn gelijktijdig verschijnende boek: Onopgeefbaar verbonden. Op weg naar vernieuwing in de verhouding tussen de kerk en het volk Israël (Kampen, 1998). In tegenstelling tot dit boek is in de nu volgende overdenkingen gekozen voor een meer meditatieve benadering zonder verwijzingen in voetnoten.

De meditaties zijn uitgesproken in het NCRV-radioprogramma Woord op Zondag. Voor­dien vormde deze themaserie in de wijkgemeente 'de Veste' in Gouda de basis voor enkele ge­spreksavonden in het leerhuis en een aantal vieringen in de kerk. In het kerkelijk jaar past de serie goed in de periode tussen de joodse najaarsfeesten en de christelijke adventstijd. Het volk Israël viert in het Loofhuttenfeest de gedachtenis aan de woestijnperiode en ziet uit naar de toekomst, waarin de volken naar Jeruzalem zullen komen en zullen delen in dit feest. De kerk kan deze indringende thematiek aan de orde laten komen in een naar voren geschoven advents­tijd. Een op deze manier gewijzigde vormgeving van het kerkelijk jaar in de herfst creëert ruimte voor het te vaak verwaarloosde thema van de hoop op het komen van God en Zijn Koninkrijk. Deze aandacht zou tevens een krachtig medicijn kunnen zijn tegen een zelfverze­kerd christelijk triomfalisme.