De weg van Jezus
Een christologische heroriëntatie
vanuit de joods-christelijke ontmoeting
Dr.Simon Schoon
. Verschenen van deze auteur:
Christelijke presentie in de joodse staat, 1982
Geworteld in Israël, 1982, 3e druk 1984
`Zijn bloed over ons en onze kinderen', 1983
Nieuwere ontwikkelingen in de joods-christelijke ontmoeting, 1984
Herkenning na de nacht, 1984
Leven in één wereld, Een uitdaging voor joden en christenen, 1987
Naar aanleiding van de joodse feesten, 1988
WOORD VOORAF
De ontmoeting tussen joden en christenen gaat iedere christelijke gemeente en ieder christen aan. De christelijke identiteit is immers onopgeefbaar verbonden met het volk Israël. Dit boek is vooral met het oog op de gemeente geschreven. Daar zullen de ontdekkingen en verworvenheden van de joods-christelijke ontmoeting geïntegreerd moeten worden in het vieren, leren en dienen. Niet alleen in de theologie maar ook in het leven van de gemeente zullen de vragen serieus genomen moeten worden die van joodse zijde aan christenen worden gesteld. Bedoeld of onbedoeld betreffen vele van die vragen datgene wat de kerk leert over Jezus Christus. Dit boek is geboren vanuit het luisteren in de ontmoeting met joden maar ook vanuit het luisteren in de gemeente. Hiermee wil ik een bijdrage leveren aan een noodzakelijke christologische heroriëntatie in de tijd na Auschwitz.
Het is waarschijnlijk niet toevallig dat ik dit Woord Vooraf schrijf in de periode dat ik mij er op voorbereid het `gewone' werk van gemeentepredikant weer op te vatten. Na zeventien jaar zowel in Israël als in Nederland werkzaam te zijn geweest op het specifieke terrein van de relatie tussen joden en christenen ben ik er meer dan ooit van overtuigd, dat de heroriëntatie van het christelijk geloof naar aanleiding van de ontmoeting met het joodse volk zal moeten gebeuren op het grondvlak van de gemeente. Daar zal theologisch en praktisch de verwerking moeten plaatsvinden van de bijzondere ervaringen en ontdekkingen van het joods-christelijk gesprek. De theologie kan hand- en spandiensten verlenen bij deze verwerking. Dit boek is een poging in die richting.
Het manuscript van deze studie heb ik aan een aantal mensen laten lezen. Hun waardevolle kritiek heeft geleid tot verscheidene veranderingen in de tekst. Met grote erkentelijkheid noem ik hun namen: Riet Schoon-Smit, Mr.Daniël van de Bos, Drs.Reinier Munk, Ds.Flip Stoffels en Ds.Henk van Veen. Uiteraard blijf ik als enige verantwoordelijk voor de inhoud van dit boek. Deze studie is mede gevormd door vele gesprekken met groepen predikanten en gemeenteleden in mijn werk als predikant voor Kerk en Israël. Het is mijn hoop dat dit boek er toe zal bijdragen dat deze gesprekken in bredere kring worden voortgezet.
1 januari 1991 Simon Schoon
Het feest van de besnijdenis van Jezus
{1}INHOUD
Inleiding
1. CONTEXT
1.1. Herinterpretatie
1.2. Na Auschwitz
1.3. Bevrijding
1.4. Spiritualiteit
2. HET VERHAAL VAN EEN LEVENDE
2.1. Oorsprong van het verhaal
2.2. Een verhaal in Israel
2.3. Verhaal en feit
2.4. Ons verhaal
3. OP WEG NAAR SION
3.1. Opgaan
3.2. De weg van Israel
3.3. De weg van Jezus
3.4. De volkerenoptocht
3.5. De weg van de gemeente
4. EEN STEEDS WEER NIEUW VERBOND
4.1. Het aloude verbond
4.2. Het vernieuwde verbond
4.3. Herinterpretaties van het verbond
4.4. Partnerschap
4.5. Dynamiek
5. JEZUS DE JOOD
5.1. Zoon van Abraham
5.2. Zoon van Israël
5.2.1. De `historische Jezus'
5.2.2. Israel als context van Jezus
5.3. In de kracht van de Geest
5.3.1. Met de Geest gezalfd
5.3.2. Messias en mensenzoon
5.3.3. Wijsheidsleraar
5.4. Het Rijk Gods nabij
5.4.1. De aanbrekende koningsheerschappij van God
5.4.2. Het herstel van Israel
5.4.3. Een vernieuwde gemeenschap
5.5. Intimiteit met God
5.5.1. Abba
5.5.2. Transparant naar God en mensen
5.6. Een leer met gezag
5.6.1. Trouw aan de Tora
5.6.2. Meer dan het gewone
5.7. Gekomen om te dienen
5.7.1. Goed nieuws voor de armen
5.7.2. Genezing voor zieken
5.7.3. Dienst tot het uiterste
6. DE GEKRUISIGDE
6.1. Proces en dood
6.2. Het lijden van Israël, van Jezus en van de gemeente
6.3. Golgotha en Auschwitz
6.4. Het lijden van God
6.5. Voor ons
7. DE OPGEWEKTE
7.1. Wat meer is
7.2. De eersteling
7.3. De verhoogde Heer
8. EEN LEVENDMAKENDE GEEST
8.1. De Geest van God
8.2. De Geest van Jezus
8.3. De weg van de Geest
8.4. Mystiek en engagement
9. DE WIJSHEID GODS
9.1. Jezus Sophia
9.2. De ikoon van God
9.3. Het `reeds' van het heil
9.4. God zelf in Jezus
10. HEERLIJKHEID VOOR ISRAEL
10.1. Het nee van Israël
10.2. Wegen van het verbond
10.3. Joodse volgelingen van Jezus
10.4. Dienaar van de besnijdenis
11. LICHT VOOR DE VOLKEN
11.1. Messias uit Israël
11.2. Rechtvaardiging van de goddelozen
11.3. Verzoening van de wereld
11.4. Kerk en Israël
12. MENSEN VAN DE WEG
12.1. In het spoor van Abraham
12.2. Geworteld in Israël
12.2.1. Een mysterie
12.2.2. De gemeente als context van Jezus
12.3. In de kracht van de Geest
12.3.1. Met de Geest gedoopt
12.3.2. Een messiaanse gemeenschap
12.3.3. Wijsheid door de Geest
12.4. Het Rijk Gods uitgesteld
12.4.1. De spanning tussen het `reeds' en het `nog niet'
12.4.2. Ruimte voor Israël
12.4.3. Een gemeenschap van vrouwen en mannen
12.4.4. Een vertelgemeenschap
12.5. Vieren
12.5.1. Gebed
12.5.2. Engagement
12.6. Leren
12.6.1. Een leergemeenschap
12.6.2. Tora voor christenen
12.7. Dienen
12.7.1. Keuze voor de armen
12.7.2. Dienst der genezing
12.7.3. Navolging
13. DE KOMENDE
13.1. Verwachting en uitstel
13.2. De strijd van de komende
13.3. Tot eer van God
13.4. God alles in allen
De joods-christelijke ontmoeting, zoals die vooral na de Tweede Wereldoorlog tot stand is gekomen, is één van de meest verrassende en veelbelovende ontwikkelingen in kerk en theologie[1]. Verrassend omdat te verwachten geweest zou zijn, dat er bij joden na de Sjoa (de massamoord op zes miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog) geen enkele belangstelling meer zou bestaan voor een ontmoeting met christenen. Veelbelovend omdat er uit deze ontmoeting impulsen voortkomen, die het christendom stimuleren tot omkeer en vernieuwing. Hoewel vele joden en christenen niets voelen voor een ontmoeting en de oude barrières willen handhaven, zijn sommigen in beide gemeenschappen het waagstuk aangegaan van een vernieuwde kennismaking. Zo kwam er een wederzijdse ontmoeting tot stand, waarbij joden en christenen elkaar wederkerig vragen gingen stellen. Voor ons zijn in dit verband vooral de joodse vragen aan het christelijk adres belangrijk, indringende vragen die christenen als bijzonder bedreigend kunnen ervaren[2]. In brede kring is inmiddels het besef doorgedrongen, dat deze joodse vragen het hart van de christelijke identiteit raken. Niet dat de joodse vragen altijd als zodanig bedoeld zijn, maar ze worden door christenen wel als zodanig verstaan. Een open joods-christelijke dialoog is daarom een riskant avontuur, waarbij christenen de ontdekking kunnen doen dat hun identiteit op het spel komt te staan. Hoewel joden in de dialoog zelden directe vragen stellen die over Jezus gaan of die de christologie betreffen, toch voelen christenen zich wel vaak indirect op deze thematiek aangesproken. Als joden in het gesprek wijzen op de onverlostheid van de wereld en als zij vragen stellen bij het verre van messiaanse gedrag van de kerk, dan worden christenen voor hun eigen besef teruggeworpen op de kern van hun geloof. Kennelijk maken de joodse vragen vaak meer los dan de vragenstellers vermoeden en soms ook meer dan ze uitdrukkelijk bedoelen. Ik heb meer dan eens gemerkt, dat joodse gesprekspartners schrikken van de reacties die hun vragen aan christelijke zijde teweegbrengen. Het is doorgaans niet hun bedoeling de christelijke identiteit aan het wankelen te brengen. De joodse terughoudendheid in het gesprek mag echter door christenen niet aangegrepen worden om de joodse vragen dan maar onaangeroerd te laten. Evenmin kunnen de vragen snel met de aloude en bekende christelijke antwoorden worden afgedaan. De oude antwoorden passen niet meer op de nieuwe, ingrijpende vragen. Het is van groot belang dat de door joden gestelde vragen een diepgaande bezinning teweegbrengen onder christenen. Zo is het noodzakelijk de geschiedenis van de kerk kritisch te onderzoeken op verschijnselen van jodenhaat. Het onderricht van de kerk dient gezuiverd te worden van anti-joodse stereotypen. Deze en vele andere taken moeten aangevat worden, als de impulsen vanuit de joods-christelijke ontmoeting serieus genomen worden.
Zowel in Nes Ammim in Israël als in Nederland heb ik in de afgelopen l7 jaar ervaren, dat - welk thema er ook vanuit het jodendom aan de orde gesteld wordt - er bij christenen onherroepelijk vragen rijzen ten aanzien van de traditionele leer over Jezus Christus. De vragen die hierover op een gemeenteavond gesteld worden, verschillen inhoudelijk nauwelijks van die vragen die op een studiegroep van theologen naar voren gebracht worden. De joods-christelijke ontmoeting bezorgt christenen kennelijk heel wat huiswerk op het gebied van de christologie, dat is het spreken van de kerk over Jezus die zij de Christus noemt. De belangrijkste uitdaging kan aldus onder woorden gebracht worden: Hoe kan de leer van de kerk over Jezus Christus zodanig geformuleerd worden, dat deze geen anti-joodse stereotypen bevat en geen anti-joodse uitwerking heeft?
Als ik mijn stem meng in het koor van diegenen die reeds eerder op deze uitdaging zijn ingegaan, dan is dat niet meer dan een bescheiden poging om vanuit de praktijk van de joods-christelijke ontmoeting een bijdrage te leveren aan de noodzakelijke bezinning. Het is nog maar een klein aantal theologen in binnen- en buitenland dat de uitdaging heeft aanvaard om bouwstenen aan te dragen voor een christologie, die geheel vrij is van de anti-joodse smetten van het verleden en die zich heeft losgemaakt van elke vorm van triomfalisme tegenover joden en anderen[3]. Een dergelijke onderneming roept niet alleen grote weerstanden op in de gemeente maar ook onder theologen. Dat is ook niet verwonderlijk gezien bijna 2000 jaar kerkgeschiedenis. Vele accenten in de traditionele christologie lijken een dergelijke heroriëntatie in de weg te staan. Er zullen nog heel wat bouwstenen geleverd moeten worden, voordat er een geheel nieuw gebouw opgetrokken is op de oude fundamenten en voordat er sprake kan zijn van een volledige heroriëntatie.
Mijn poging pretendeert niet een afgeronde christologie te presenteren. Het gaat mij er slechts om een aantal contouren te schetsen voor een nieuwe christologie. De context waarin deze poging staat is de joods-christelijke ontmoeting. Ik geef de voorkeur aan de aanduiding `ontmoeting' boven `gesprek', omdat het begrip `ontmoeting' breder is en duidelijk maakt dat er meer kan plaatsvinden tussen joden en christenen dan een gesprek. Het begrip `ontmoeting' kan tot uitdrukking brengen, dat het in de relatie tussen joden en christenen niet alleen gaat om spreken maar ook en vooral om handelen, niet alleen om een anders denken maar bovenal om een andere praktijk. Hoewel de invalshoek voor deze studie de joods-christelijke ontmoeting is, zal ook aangeduid worden dat het spreken over Jezus vandaag in een context plaatsvindt, die door vele verschillende factoren bepaald wordt. Enkele van deze factoren, die van groot belang zijn voor de vormgeving van een hedendaagse christologie, zullen in het eerste hoofdstuk genoemd worden.
Geïnspireerd door theologen als J.Moltmann, P.van Buren en C.J.den Heyer heb ik in de titel van deze studie voor het begrip `weg' gekozen[4]. Meestal werd in het verleden gesproken van de `leer' over Jezus Christus. Het woord `leer' heeft echter een statische bijklank, terwijl het woord `weg' veelmeer een dynamiek tot uitdrukking brengt. Naast het begrip `weg' zullen uiteraard ook andere bijbelse beelden en begrippen gehanteerd moeten worden om de contouren van een meer dynamische christologie te tekenen, met name de begrippen `verbond' en `Geest'. Maar het begrip `weg' lijkt de belangrijkste aanknopingspunten te bieden voor onze onderneming. Het woord `weg' roept het beeld op van mensen, die zich op weg begeven en die voortgaan op een weg, kortom van mensen die in beweging zijn. Het begrip `weg' kan ook met God verbonden worden: Ook Hij is op weg, ook Hij is in beweging. Verder kan aan de hand van dit begrip beschreven worden, hoe Jezus een specifieke weg gegaan is, van zijn geboorte tot aan het kruis. Maar ook de voortzetting van de weg van Jezus, van zijn opwekking uit de doden tot de parousie, kan als een voortgaande weg aangeduid worden. Met behulp van dit begrip kan duidelijk gemaakt worden, hoe de weg van Jezus zich verhoudt tot de weg van Israël, zowel vóór als na de komst van Jezus. Tenslotte kan het woord `weg' in verband gebracht worden met de christelijke praktijk. In welke zin zijn christenen `mensen van de weg' geweest? Hoe hebben christenen in het verleden de weg van Jezus begaan en hoe begaan ze vandaag deze weg? Welke uitwerking heeft het wandelen op deze weg, zoals christenen dat in een bepaalde tijd verstonden, gehad op anderen?
De context van de geschiedenis kan geen moment uit het oog worden verloren. Er is geen veilig gebied af te schermen voor een theoretische christologie buiten de harde feiten van de geschiedenis om. Indringende vragen zullen daarbij aan de orde moeten komen. Is elke vorm van christologie noodzakelijk verbonden met anti-judaïsme? Heeft de gangbare christologie, die beweerde dat de nieuwe weg van Jezus de oude weg van Israël had opgeheven, dodelijke consequenties voortgebracht voor joden? Heeft de wijze, waarop christenen de weg van Jezus hebben gemeend te moeten bewandelen, voor joden mede de weg geplaveid die leidde naar Auschwitz? Al deze vragen zijn onontwijkbaar, als we op zoek gaan naar een christologie die niet anti-joods is en die afstand heeft gedaan van elke vorm van triomfalisme.
Misschien kan er over christologie beter in het meervoud dan in het enkelvoud gesproken worden. Er bestaat immers niet één christologie in het Nieuwe Testament en ook in de huidige wereldwijde oecumene bestaan er vele verschillende christologieën. Op vele plaatsen in de wereld hebben christenen geen enkele mogelijkheid om kennis te maken met de concrete joods-christelijke ontmoeting, omdat er geen joden zijn om die ontmoeting gestalte te geven. Toch zijn de vragen die voortkomen uit de joods-christelijke ontmoeting, in heel de oecumene relevant voor het formuleren van een eigentijdse christologie. De relatie tot het joodse volk is immers voor de kerk theologisch van fundamenteel belang.
De kerk zal in iedere tijd opnieuw bezig zijn met het formuleren van een christologie, omdat zij gelooft in een Heer die is opgewekt en door de Geest meetrekt op de weg van de kerk door de geschiedenis. Het nadenken over die weg van Jezus is een taak van christenen, een bezigheid die uiteraard niet alleen voor theologen is weggelegd. Daarom heb ik in deze studie getracht zoveel mogelijk moeilijke theologische termen te vermijden, zodat het geheel hopelijk toegankelijk is voor een bredere kring in de gemeente. Alle christenen zijn bezig met deze taak van bezinning op de weg van Jezus, soms bewust, soms onbewust, met het oog op hun eigen identiteit. Deze reflectie is dus geen poging met het oog op de joods-christelijke ontmoeting om de weg van Jezus zodanig aan te passen en bij te stellen, dat deze ook voor joden begaanbaar en acceptabel zou kunnen zijn. De christologische bezinning is een interne christelijke bezigheid, wat overigens niet betekent dat deze inspanning een introverte aangelegenheid zou zijn. Deze bezinning dient de praktijk van het christelijk leven; zij biedt christenen hulp bij het gaan op de weg van Jezus. In deze bezinning zullen christenen zich steeds weer oriënteren op de geschriften waarin de weg van Jezus zijn oorsprong vindt, op de boeken die de kerk het Oude en het Nieuwe Testament pleegt te noemen. De namen voor deze geschriften zijn bepaald niet gelukkig gekozen, omdat ze lijken te suggereren dat het nieuwe in plaats gekomen is van het oude en dat de weg van Jezus de weg van Israël heeft afgelost. Wij zullen die oude namen voor de bijbel waarschijnlijk niet geheel kunnen vermijden. Belangrijker dan het veranderen van namen is het ingaan op de uitdaging om de bijbel vanuit de ervaring van de joods-christelijke ontmoeting met nieuwe ogen te lezen. Een bezinning op de weg van Jezus, zoals die vorm gekregen heeft in de verschillende christelijke tradities in de loop van de geschiedenis en zoals die er vandaag zou kunnen uitzien, zal steeds weer aanknopingspunten proberen te vinden in de eerste bronnen waarin deze weg zijn oorsprong vindt.
Exegese en dogmatische bezinning zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De relatie tussen exegese en dogmatiek lijkt in een bepaald opzicht op die tussen jodendom en christendom: De christelijke kerk kan feitelijk niet bestaan zonder een relatie tot het joodse volk, terwijl het jodendom heel goed, misschien zelfs beter, zonder het christendom kan bestaan. Zo kan de systematisch-theologische bezinning alleen plaatsvinden in een duidelijke relatie tot de exegese, terwijl de exegese ook heel goed op zichzelf kan staan. In ieder hoofdstuk van deze studie zullen daarom bijbels-exegetische aspecten aan de orde komen als uitgangspunt voor de theologische reflectie, niet om op deze wijze een systeem van bewijsteksten op te bouwen, maar om bijbels-exegetisch richtlijnen aan te geven voor onze poging tot theologische herbezinning. Het nadenken over de weg van Jezus vandaag staat in de spanning van de oriëntatie op de oorsprong van die weg in de bijbel en de oriëntatie op de context van die weg in onze wereld van vandaag. Bezinning op de weg van Jezus heeft slechts betekenis, als zij tot doel heeft dienstbaar te zijn aan het doorvertellen van het verhaal van Jezus en aan het concrete gaan op zijn weg.
[1]1. S.Schoon, Leven in één wereld, Een uitdaging voor joden en christenen, Kampen 1987, 9-47.
[2]2. Zie bijvoorbeeld de vragen van twee rabbijnen aan de kerk in een brochure van de gereformeerde deputaten voor Kerk en Israël: Joodse vragen!...Christelijke antwoorden?, Een poging tot gesprek, Leusden 1987, 9-12.
[3]3. Een voorloper op dit terrein was Heinz Kremers. Zie o.a. van zijn hand: `Der Beitrag des Neuen Testaments zu einer nicht-antijüdischen Christologie', in: H.Kremers, Liebe und Gerechtigkeit, Gesammelte Beiträge, Hrsg. von Adam Weyer, Neukirchen-Vluyn 1990, 121-133.
[4]4. J.Moltmann, Der Weg Jesu Christi, Christologie in messianischen Dimensionen, München 1989; P.van Buren, Discerning the Way, A Theology of the Jewish-Christian Reality, New York 1980; C.J.den Heyer, De messiaanse weg, dl.I, Messiaanse verwachtingen in het Oude Testament en in de vroeg-joodse traditie, Kampen 1983; dl.II, Jezus van Nazaret, Kampen 1986.

