MOMENT NCRV 27 maart 1991
Dit jaar vallen het joodse Paschafeest (of Pesach) en het christelijke Pasen samen. Als christenen op Goede Vrijdag de kruisdood van Jezus gedenken, komen joden op de avond van die dag in huiselijke kring bijeen om de Sedermaaltijd te vieren en de uittocht uit Egypte te gedenken. Aan deze maaltijd van de ongezuurde broden, van de matses, klinken dan weer die oude woorden: "In iedere generatie moet ieder zichzelf zo beschouwen alsof hijzelf uit Egypte is getrokken". Een gebeuren uit een ver en grijs verleden wordt present gesteld en geactualiseerd in het heden.
Ook in de tweede wereldoorlog is deze maaltijd gevierd, in ghetto's en concentratiekampen. In 1944 wist de chassidische rebbe van Blushov, Israel Spira, van de kampcommandant in Bergen Belsen de toestemming los te krijgen om voor Pesach een aantal matses te bakken in een speciaal daarvoor bestemde oven. Dat jaar werd er een onvergetelijke Sederavond gevierd. Het jongste aanwezige kind stelde de bekende vraag: "Waarom is deze nacht zo anders dan alle andere nachten?" En de rebbe antwoordde, zo hebben enkele overlevenden naverteld: "Vannacht, lieve kinderen, hebben we alleen maar matses. In deze nacht van de vernietiging gaan we als kinderen Israëls door de vallei van ons diepste lijden. Maar wanhoop niet, want de verlossing is nabij. We zijn nu nog slaven in Egypte, maar de bevrijding staat voor de deur. De messias nadert al. De profeet heeft ook voor onze situatie gezegd: Het volk, dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht".
Telkens opnieuw wordt het verhaal van de exodus geactualiseerd. Dit jaar zullen de joden geen moeite hebben om het gedenken van de exodus te vertalen naar actuele gebeurtenissen. Honderdduizenden joden uit Rusland beleven immers een moderne exodus, doordat zij op alyah gaan, doordat zij opgaan naar Israël. Zij geven er de voorkeur aan om in het bedreigde Israël te wonen, boven het blijven in de Sovjet-Unie waar het antisemitisme opnieuw de kop opsteekt. En de bewoners van Tel Aviv zullen bij het heffen van de beker van de bevrijding aan de Sedermaaltijd ongetwijfeld terugdenken aan de benauwde uren die zij kortgeleden doorgemaakt hebben toen de Iraakse Scud-raketten neerkwamen in hun woonwijken. Ze zullen zich bij de beker van de dankzegging realiseren, dat het oeroude verhaal er in de moderne context weer een nieuwe betekenis bij heeft gekregen.
Kunnen christenen zo concreet, zo actueel en zo intens het feest van Pasen vieren? Alsof ze vandaag aan het diensthuis van de slavernij ontkomen zijn? Alsof ze vandaag persoonlijk en als gemeenschap hun exodus beleven en hun bevrijding verwerkelijken? Is de christelijke viering van Pasen voor velen misschien zo steriel en onwerkelijk geworden, omdat het verhaal van Pasen losgemaakt is van zijn joodse context? Christenen hebben hun verhaal van Pasen, het verhaal van de door God opgewekte Jezus, zelfs triomfalistisch tegen het joodse volk gekeerd. In het verleden hadden joden juist in de Goede Week vóór Pasen veel te duchten van de zijde van de christenen. De joden werden uitgemaakt voor Godsmoordenaars. In Oost-Europa trokken christenen de ghetto's in om wraak te nemen op de joden. Zo werd Jezus in zijn volk in de loop van de eeuwen vele malen opnieuw gekruisigd. Vandaag zijn alle restanten van dat christelijke anti-judaïsme nog lang niet uitgebannen. Bij de paasgebruiken in Denekamp zal ook dit jaar weer gezongen worden dat de boze joden Jezus gedood hebben. De VVV weigerde het verzoek van het OJEC om deze liederen van verklarende voetnoten te voorzien. En hoe vaak worden nog steeds in populaire uitspraken over het jodendom en de staat Israël oude vooroordelen bevestigd?
De kerk is zich vaak niet bewust hoeveel zij aan het jodendom ontleend heeft en hoeveel zij aan het joodse volk te danken heeft. Overal op de wereld zijn christenen geïnspireerd door het verhaal van de exodus in de bijbel. In hun strijd tegen de slavernij zongen de zwarten in de Verenigde Staten het lied van Mozes en Farao: Let my people go, laat mijn volk gaan. In landen van armoede en onderdrukking hebben christenen geleerd het verhaal van het kruis en de opwekking van Jezus te lezen in het licht van het verhaal van de exodus. Ze hebben dat verhaal geactualiseerd in hun eigen heden en zijn hun eigen exodus gaan voltrekken, vanuit het diensthuis van de onderdrukking. Ze vatten daarmee de bijbelse verhalen op zoals ze bedoeld zijn, als een uitnodiging om zelf deel te gaan uitmaken van het verhaal, om zelf het verhaal te realiseren.
Hoe vieren wij dit jaar Pasen? De kerk staat vandaag voor de uitdaging om het verhaal van Pasen te vertellen en te vieren zonder anti-joodse accenten. Dat geldt voor ons in het Westen, maar dat geldt ook voor de bevrijdingstheologie in Afrika en Latijns-Amerika en voor de christenen in het Midden-Oosten. Als wij het verhaal doorgeven van de jood Jezus, die door God is opgewekt, dan zijn we onlosmakelijk verbonden met het volk van Jezus. De pijn over de gescheiden wegen tusen de kerk en Israël heft de diepe solidariteit niet op. Op Goede Vrijdag bidt de kerk vanouds voor Israël, maar niet meer zoals vroeger voor de `perfide' of `ontrouwe' joden. Maar in dankbaarheid jegens de oudste broeder bidt de kerk om vrede voor het joodse volk.
COLUMN in Plein Publiek op radio 5 NCRV, vrijdag 28 mei 1993
N.a.v. boekje: Paulus, Grensganger tussen Israël en de volken, Kampen 1993.
De apostel Paulus heeft in onze tijd niet zulke goede papieren. Vroeger was dat anders. De christelijke leer werd voornamelijk gebaseerd op uitspraken van de apostel Paulus. Iedere kerk legde daarbij haar eigen accenten. Dogmatische twisten werden altijd uitgevochten met een beroep op teksten uit de brieven van Paulus. Een nieuwe visie op Paulus betekende meermalen in de geschiedenis een revolutie in de christelijke leer, o.a. bij Augustinus, Luther en Barth. Heel wat kerken zijn ontstaan door verschil van opvatting over de uitleg van de geschriften van Paulus.
Maar in onze tijd is Paulus niet meer ín. Bij de joden is hij dat nooit geweest. Hij werd en wordt beschouwd als de grote boosdoener, feitelijk de aanstichter van alle ellende die joden in de loop van de tijd is overkomen door de handen van christenen. Naarmate in onze tijd Jezus door joden meer wordt gezien als broeder en weer wordt thuisgehaald in de joodse gemeenschap, wordt Paulus nog meer getekend als de persoon die de breuk veroorzaakt heeft in de eerste eeuw. Terwijl Jezus wordt gezien als een jood die trouw bleef aan zijn volk en aan de wet (de Tora), wordt Paulus beschouwd als degene die ontrouw aan de Tora heeft verkondigd. Ik ben er van overtuigd, dat de jood Paulus hiermee onrecht wordt aangedaan.
Op enkele uitzonderingen na is Paulus ook bij christenen vandaag niet populair. De preekroosters slaan zijn brieven meestal over. Zelden wordt er in de kerk nog over Paulus gepreekt. De mensen vinden de ingewikkelde uiteenzettingen van de apostel vervelend en langdradig. Omdat Paulus nu eenmaal voorzien is van het etiket `dogmatisch', doet niemand meer moeite om echt naar hem te luisteren. Hij is al bij voorbaat veroordeeld als een saaie muggenzifter. Met behulp van een aantal vooroordelen is hij monddood gemaakt.
Misschien dat een andere kijk op Paulus hem weer terug kan brengen in de christelijke belangstelling en in de joods-christelijke dialoog. De apostel als grensganger tussen Israël en de volken. Opgevoed in twee werelden, in de toenmalige joodse diaspora én in Jeruzalem, was hij een grensganger bij uitstek. Zijn grote roeping zag hij in de verkondiging van het heil van de God van Israël aan de volken. Hij was er diep van overtuigd, dat hij handelde in de lijn van de profeten van Israël, die deze grensdoorbraak hadden aangekondigd. Er zou toch een tijd komen, dat de volken zouden toestromen naar Sion en het heil niet langer beperkt zou blijven tot Israël? Paulus was niet de eerste christen, laat staan dat hij bekeerd was van het jodendom tot het christendom. Hij was en bleef een jood, die zich geroepen wist met het oog op de volken. In plaats van Paulus te verguizen als een vervelende theoreticus en een ingewikkelde dogmaticus zouden we zijn naam moeten hooghouden als de grote apostel van de volken. Door hem zijn de volken betrokken bij het heil van de God van Israël. Maar hij bleef zijn leven lang een grensganger. Nooit overschreed hij geestelijk definitief de grens van Israël naar de volken. Hoe ver hij ook reisde, hij hield zijn ogen gericht op Jeruzalem. Steeds keerde hij terug naar die stad. Hij hield hartstochtelijk veel van zijn volk en verwachtte het behoud van gans Israël. Een kerk, die zich tegen het joodse volk keert, kan zich dus in geen geval op Paulus beroepen. Ze verloochent veeleer zijn erfenis.
Paulus was helemaal geen dogmaticus. Zeker, hij heeft een aantal lijnen en gedachten aangereikt, maar hij heeft geen sluitend theologisch systeem geleverd. Hij was veeleer een bewogen pastor, die brieven schreef aan zeer verschillende gemeenten. De verscheidenheid aan situaties vroeg om uiteenlopende adviezen. Sinds zijn roeping op de weg naar Damascus was Paulus een grensganger geworden. Hij was er zeker van, dat Jezus zelf hem geroepen had tot deze taak. Omdat hij er heilig van overtuigd was, dat Jezus door God was opgewekt, stond het daarom ook voor hem vast, dat het einde nabij was, dat de Geest was uitgestort en dat de volken geroepen moesten worden tot het licht van de God van Israël. Hij spande zich in om allen terwille te zijn, joden en mensen uit de volken, omdat hij gegrepen was door Jezus Christus. Natuurlijk zijn er moeilijke passages in zijn brieven, zoals bijvoorbeeld zijn visie op de verzoening en zijn tegenstrijdige gedachten over de wet. Maar zijn goede intenties zijn boven alle twijfel verheven. Dat de kerk later deze intenties heeft misbruikt, kan Paulus niet in de schoenen worden geschoven. De latere kerk en niet Paulus is verantwoordelijk voor de onderdrukking en vervolging van joden en vrouwen en mensen die er een wat andere mening op na hielden dan de officieel orthodoxe. Het is hoog tijd voor een eerherstel van Paulus, de jood die zowel de volken als Israël vasthield, de apostel die bruggen sloeg tussen Israël en de volken. De jood Paulus betekent voor de kerk na Auschwitz een oproep tot omkeer. Zijn brieven vragen om een nieuwe aktualisering in onze tijd. Het is spannend om met Paulus in het leerhuis te gaan.
