Kerstnachtdienst

24 december 2006 in ‘de Veste’ te Gouda

Voorganger: dr. Simon Schoon
Medewerking: Cantorij olv Ruud Buitink

 

                            Thema: ‘Gezegend: Worden wie je bent!’

Lezingen:
Jesaja 42: 1 – 7
Lucas 2: 1 – 20

Gemeente van Jezus Christus,

Verwachten we iets van deze viering in de Kerstnacht?
Hopen we misschien op iets bijzonders – een teken van de andere kant?
Of  zijn voor ons ‘de tijden gekanteld’, zoals Guillaume van der Graft over onze moderne tijd dichtte:  De tijden zijn gekanteld, de dynastie verschuift,
                        de wereld is veranderd, het is de dood die blijft.
                        Waar moet men in geloven? Het komen van een kind,
                        de naam zelfs is verstoven, verstoven in de wind.

Zou het nog mogelijk zijn? Een nieuw licht voor ons leven, een nieuw zicht op ons bestaan?
Iets anders dan altijd maar weer hetzelfde met Kerst!
Zou er dan eindelijk iets meer kunnen gebeuren dan alleen nostalgie naar hoe het vroeger was? Vervulling van het verlangen waarover Ida Gerhardt dichtte:
Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten
                                   rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken 
                                   verlangen naar het helder zingen in de nacht en
                                   het opgaan van de ster, een lichtend teken.
Zou je nog iets mogen verwachten? Ja, voor jou persoonlijk!
Máár: Weet je eigenlijk wel wie je bent?
Ben je een gezegende of een vergetene? Ken je zélf wel de taal van je hart?
Luister je naar de stem van je diepste verlangen?
Wie ben jij?! Wie had je willen zijn? Wie zou je willen worden?

In de loop van vele jaren predikantschap hebben mensen me hun verhalen toevertrouwd. Ontelbare malen. Soms mooie en kleurrijke verhalen. Maar ook schrijnende en trieste verhalen. Over hoe het was gegaan. En hoe het ook zo heel anders had gekund. Over hoe het mis was gelopen. Door eigen schuld, of door de schuld van anderen, of door stom toeval.
En …. over hoe toch het heimwee was gebleven – het verlangen dat het ooit nog eens anders zou worden. Levens uitgeblust  -  máár als je goed luisterde, ontdekte je vurige kooltjes onder de as. Die zouden toch weer opgepookt kunnen worden en opnieuw opvlammen? Maar wie zou dat doen? Hoe zou dat ooit nog kunnen gebeuren?

Is het eigenlijk wel mogelijk dat een levensverhaal, dat gestagneerd is, wordt herschreven?
Of in religieuze taal gezegd: Kan een mens echt weer opnieuw geboren worden?
Ik wil een paar voorbeelden noemen van gestagneerde of geblokkeerde levens. Ik zal de concrete mensen in die bijzondere verhalen onherkenbaar maken. Maar misschien daardoor juist wel meer algemeen en herkenbaar voor ons allen zoals we hier zijn….

  1. Je had zo je verlangens en idealen toen je jong was. En het leek allemaal waar te worden: de prins op het witte paard; de prinses van je dromen. Een leuke baan, een lieve baby. Maar het pakte allemaal zo anders uit. Je bleef alleen achter, aan de kant gezet. Je verlangens onvervuld. Je weet nauwelijks meer wie je nu eigenlijk bent.
  2. En dit verhaal: Je was anders dan anderen. Je wist het al in je puberteit maar je liet niemand iets merken. Het mocht immers niet van God! En het was raar – ‘tegennatuurlijk’ zeiden ze in je kerk. Je paste je zoveel mogelijk aan bij anderen. Je trouwde; je kreeg kinderen. Maar je diepste verlangen werd niet vervuld. ‘Seksueel anders geaard’ zeggen ze vandaag. Maar jij vraagt je af: Wie ben je nu eigenlijk?
  3. Ook dit verhaal: Alle geluk van de wereld overkwam je. Tot op die éne fatale dag. Toen je hele wereld instortte. Toen het noodlot toesloeg. Ja, later waren er goedbedoelende mensen, die zeiden dat het de hand van God was. Maar in zo’n God zou jij nooit meer kunnen geloven! In één keer was het gebeurd: De meest geliefde uit je leven – weg – dood – voorgoed verloren! Sindsdien voel je je een overlevende. Mensen in je omgeving denken dat je er overheen gegroeid ben. Maar het gemis blijft, de wond  blijft schrijnen, vooral in deze tijd van het jaar. Kun je nog worden wie je bent?
  4. En ook nog dit verhaal: Je kon zo onbevangen geloven als een kind. God kon alles: zieke mensen beter maken, eten geven voor iedereen. De hardheid van het bestaan heeft je dat naïeve geloof uit handen geslagen. Wat heb je over? Scherven. Is er nog een weg terug naar vertrouwen? Ben je nu gelovig of ongelovig? Wie ben je eigenlijk?

       
Vannacht mogen we meelopen en meekijken met de herders in Betlehem. Ons met een beetje fantasie inleven in hun levensverhaal. Was er voor hen nog een nieuw begin mogelijk? Kon hun  levensverhaal nog herschreven worden? Hoe kan een mens worden wie hij of zij ten diepste is? Is ons ware gelaat op te delven achter alle façades, achter alle schijn vandaan?
Wie waren die herders? We zingen: ‘De herdertjes lagen bij nachte, ze lagen bij nacht in het veld’, zingt een oud kerstlied. We hebben de herdertjes van Betlehem geromantiseerd, geïdealiseerd, en bijgezet in een kerststalletje. Maar wie waren ze eigenlijk? Wat waren hun dromen? Waarom zijn zij nu juist de eerste getuigen geworden van de geboorte van Jezus? Misschien omdat God in de bijbel zelf een Herder wordt genoemd? Wellicht ook omdat zij de grootste tegenstelling vormen met de machtigen, met wie het kerstverhaal van Lucas 2 begint: Augustus en Quirinius. Een tegenstelling - vergelijkbaar in de 20e eeuw met de straatkinderen van Boekarest tegenover de tiran Ceaucescu? En met de vermoorde  en verdwenen mensen in  Chili onder dictator Pinochet. 
Herders werden als verachtelijke mensen beschouwd, weggeschoven in een uithoek. Het waren ruwe bonken van kerels. Met een zwaar en gevaarlijk beroep. Misschien waren het ook wel subversieve opstandelingen tegen de bezetters, zoals sommige uitleggers van mening zijn. Wie zal het zeggen? In elk geval kunnen we ons voorstellen dat zij zonder verwachting leefden. Hun leven was niets anders dan een eindeloze herhaling van hetzelfde. ‘Ze hadden hun schaapjes geteld’. Daar word je toch ellendig van? Je zou jezelf er bij kwijt kunnen raken. Nooit gebeurde er eens iets anders, iets nieuws. Hoe zou hun levensverhaal ooit een andere wending kunnen nemen, - herschreven kunnen worden?

Die herders van Bethlehem lijken op het volk Israël in de ballingschap in Babel, uitgeblust en zonder enige verwachting. Als pionnen verschoven op het schaakbord door machthebbers, ondergegaan in de duisternis van het machtige rijk van de overwinnaars. Die mensen krijgen een ongelofelijke boodschap van een profeet te horen. De belofte van een bijzondere dienaar van God, van een charismatisch mens. Hij is Gods uitverkorene, de man van Gods vreugde. Nu zal het recht op aarde hersteld worden. Dat zal niet gewelddadig gebeuren maar in alle stilte. Uitgebluste mensen zullen weer tot leven komen. Bijna doden zullen weer opstaan. Het staat er zo: ‘Hij zal het geknakte riet niet afbreken en de kwijnende vlam zal hij niet doven.’ Blinde ogen zal hij openen, gevangenen zal hij vrij laten, wie in  duisternis zitten zal hij bevrijden. Het vertrapte volk van de Joden in Babel vatte moed en kreeg nieuwe hoop. Zou dan toch het onmogelijke werkelijkheid worden? Zoals Cees Remmers dichtte over onze onmogelijkheden:       De weg van ons leven gaat vaak door de nacht
                                   woestijn en donk’ re dagen;
                                   wij mensen verliezen dikwijls de kracht
                                    en durven die reis niet te wagen.

                                   Zo wijd als de wereld zo oud is de droom
                                   dat God aan ’t licht zou komen;
                                   zo ver als de tijd zo lang leeft de hoop
                                   profeten vertelden hun dromen.
De Kerstnacht zegt ons, dat God komt als alles donker is. Onverwachts en verrassend.
Voor het volk Israël - in de ballingschap van Babel.
Voor de herders van Bethlehem - in de nacht van de Romeinse bezetting.
De Joden in Babel ontvingen in hun ellendige situatie een teken van God: Een belofte van bevrijding door een redder met messiaanse trekken. Hun levensverhaal werd vanaf dat moment totaal anders. Terugkeer naar Sion zou werkelijkheid worden.
En de herders? Ze kregen middenin de nacht een engelenkoor op bezoek. En ontvingen een teken: Een kind in een voederbak, in een doek gewikkeld.  Ze waren gezegenden, geraakt door het licht van God. Hun levensverhaal werd in één klap ondersteboven gekeerd.

Is dat jou wel eens overkomen?
Dat je gezegd wordt, wat er daar op de kerkmuur staat: Gezegend ben jij!
Gezegend = Begiftigd met kracht van God. Zó aangeraakt dat je gaat worden tot wat je ten diepste bent: Een geliefd kind van God.
Of voel je je eerder een vergetene, - iemand die moet leven in het land achter Gods rug?
Er zijn heel wat mensen die ontzettend negatief over zichzelf denken. Soms is dat er bij hen ingestampt in hun jonge jaren: ‘Jij kunt het toch niet; jij deugt nergens voor.’ Ze kampen met gevoelens van minderwaardigheid, angst en onzekerheid: ‘Dat lukt mij nooit. Alles breekt mij bij de handen af.’ Dan zijn de tekenen van God er echt wel, maar je kunt ze niet ontvangen. Je ziel is beschadigd. Je gevoel zit verstopt.

In deze Kerstnacht worden we allen uitgenodigd om ons levensverhaal onder ogen te zien. Niet vertekend en verdraaid. Niet via de dwingende en veroordelende ogen van anderen.
Durven we dat aan? Gaan we niet langer voor die vraag op de loop: Wie zijn we eigenlijk geworden? Wie hadden we willen zijn?
Vannacht mag je beginnen je levensverhaal te herschrijven. Vanuit de stellige zekerheid die je wordt aangezegd: Jij bent een geliefd kind van God. Jij mag zijn wie je bent. Je mag worden wie je ten diepste bent.
Geloven is niet allereerst allerlei waarheden onderschrijven. Geloven is: Kracht ontvangen om een nieuw begin te maken. Om vergeving te ontvangen. Om een nieuwe bladzij van je levensboek op te slaan. Om te zien dat er een weg zichtbaar wordt vanuit de verwarring.
Dat is in één bijbels woord tot uitdrukking te brengen: GENADE.
God kent je helemaal en veroordeelt je niet.
Dat hebben die herders in Betlehem ervaren: Genade! Ze ontvangen via de engel een aanwijzing, een teken. En wat zien ze dan? Niets anders dan een gewoon kind, net als alle andere kinderen in die tijd: in een doek gewikkeld. Maar vanaf dat moment is hun leven omgekeerd: Ze gaan overal vertellen wat ze gezien hebben. Ze worden getuigen. Hun levensverhaal is door één lichtflits van Boven in een stroomversnelling geraakt. Ze werden opnieuw geboren. Dat kan ook ons overkomen. Zelfs meer dan één keer. Zoals Huub Oosterhuis dichtte:           Zevenmaal opnieuw geboren,
klein gekregen, uitgeworpen,
wordt een mens om mens te worden.

 Samen met de herders gaan we vannacht op weg. Op zoek naar het beloofde teken. En we mogen Gods liefde ontdekken in de ogen van een kind.
Dan zien we wie we zelf zijn. En zien we ook anderen, medemensen, in het licht van God.
Vastgelopen levensverhalen kunnen hertschreven worden. Naast de voorbeelden, die ik zonet noemde, zijn er ook andere te vertellen. Ook die verhalen heb ik gehoord. 

  1. Hoe mensen de geestkracht vinden om het op te nemen tegen de beklemmende angst, tegen de neerdrukkende duisternis. Hoe zij met vallen en opstaan hun weg hervinden?
  2. Er zijn mensen die geschonden zijn door anderen, misbruikt, aangetast in hun lichamelijke integriteit. Ze kunnen zich daardoor waardeloos voelen, soms zelfs schuldig. Maar ik heb het meegemaakt: Mensen die met de moed van de hoop het leven weer oppakken. Die opstanding gaan vieren.
  3. Ik heb de verhalen mogen horen van mensen die in een relatie van elkaar vervreemd zijn geraakt, of die elkaar zijn kwijtgeraakt in het verdriet. Soms hervonden ze de weg naar elkaar. Soms was er geen andere keus meer mogelijk dan om gescheiden wegen te gaan. Maar ook dan waren er nieuwe kansen; was er in één woord: genade.
  4. Dan zijn er de mensen die met een verstikkend geloof zijn opgevoed, een geloof dat hen heeft gekleineerd en bekneld. Vaak willen mensen er dan niks meer mee te maken hebben en gooien God, geloof en kerk overboord. Maar soms (heb ik gelukkig ook meegemaakt) ontdekken mensen een bevrijdend geloof, een geloof dat niet beknelt maar een mens in de ruimte stelt, een geloof dat je leert zeggen: Ik mag zijn wie ik ben – geliefd in Gods oog – een kwetsbaar én kostbaar mens.

 
Daar past maar één woord bij: GENADE.
Je mag worden als een kind, door het Kind van Bethlehem in de ogen te kijken.
Hij breekt het geknakte riet af; Hij zal de kwijnende vlam niet doven.
Want dat Kind is de opgestane Heer van Pasen. De Kerstnacht is niets anders dan een vooruitgeschoven Paasnacht. Pasen is en blijft het grootste feest van het christelijk geloof.
Je mag opstaan tot een nieuw leven. Je mag je levensverhaal herschrijven. Je mag worden wie je bent. Je mag zelfs anderen zegenen. Je bent als herboren.

Om het nog eens met een gedicht (een gebed eigenlijk) van Huub Oosterhuis te zeggen:
Niemand heeft U ooit gezien, Liefde is uw naam.
Brood des levens heet die knecht die uw kind genoemd wordt, Jezus, Kind uit Nazaret.

Liefde, zegt Gij, is te doen. Werk in ons, dat wij U doen.
Licht ons op, dat wij U zien.

Brood voor ieder kind van mensen.
Vrede, en een nieuwe wereld.
En de dood zal niet meer zijn.                                                                                  Amen.

  << Preken