Schriftlezingen

Psalm 133
1 Korintiërs 1: 10 – 17

Tekst

1 Korintiërs 1: 13a: ‘Is Christus gedeeld?’

Gebed om Licht van de Geest

God, Altijd-Nabije, wij bidden om de leiding en de kracht van uw Geest, als wij de Schriften gaan openen. Gij hebt onze harten geraakt met uw adem. Gij hebt ons uw Geest op het Pinksterfeest geschonken. Om niet minder bidden en smeken wij U in dit gebedsuur: om de vernieuwende, bezielende inspiratie van uw Geest.
Heer, herstel ons, maak ons hart en leven nieuw.
Dat vragen wij U, in de naam van Jezus, onze Heer.
Amen.

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Hoe zullen wij bidden?
Zó bidden, dat we God niet manipuleren voor onze wensen?
Hoe zullen we bidden, als we soms plechtig zeggen in de kerkdienst: ‘Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed’?
‘Gemeenschappelijk gebed’- dat is niet de grootst gemene deler van ónze wensen. Want dan zouden we eerst stembriefjes moeten gaan uitdelen, om vervolgens na de uitslag van die stemming pas te kunnen bidden.
Als wij ons hier verenigen in gemeenschappelijk gebed, nemen we nu al een bijzonder verenigingsbesluit. Namelijk om samen te bidden, om samen Gods aangezicht te zoeken. Waarbij onze gedachten en harten behoed mogen worden in Jezus Christus. Daarom is het goed dat in deze gebedsdienst de Schriften opengaan en we in een korte overdenking stilstaan bij de woorden die we uit de Schriften hebben gelezen.

Hoe zullen we bidden?
Als predikanten hadden we gezamenlijk hierover een goed gesprek. Centraal zou moeten staan,  zo zeiden we, de verootmoediging vanwege de verdeeldheid van de kerk van Christus, en het smeken om vernieuwing van de kerk door de kracht van de Geest.
Die Geest van Pinksteren hebben we bovenal nodig.
Er is veel verdeeldheid, veel onverschilligheid, veel sleur, veel gebrek aan Geestkracht. Niet dat we de staat van het geestelijk leven uit de krant zouden kunnen aflezen, - maar het zegt toch wel wat hoe er in de krant en in de media over ons wordt geschreven en gesproken. Wat is het imago van de kerk in Nederland? Eén en al misère! - als je de nieuwsmedia mag geloven. Onze p.r. is kennelijk niet zo goed. Of zit de oorzaak nog veel dieper? Er is inderdaad veel mis met de kerk. We zouden dat ook te weten kunnen komen, wanneer we een enquête zouden houden onder onze eigen jongeren.

Maar er staat veel meer dan ons eigen imago als kerk in de wereld op het spel. Het gaat ook en vooral om Gods imago. De eenheid in de liefde van Jezus in de gemeente is de belangrijkste mogelijkheid, waaraan de wereld de liefde van God kan aflezen. Daarom bad Jezus in het hogepriesterlijk gebed: ‘…opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt’. Wat een risico, zou je zo zeggen, heeft God gelopen, door zijn imago te verbinden met mensen. Met het volk Israël én met de gemeente van Jezus Christus. Toch kunnen wij – met het oog op de gemeente – het hogepriesterlijk gebed van Johannes 17 en de woorden van Paulus in 1 Korintiërs 1 niet anders lezen. Het geeft ons een hoge roeping en een bijzondere verantwoordelijkheid.

Let wel: Ik zeg niet, dat de SOW-vereniging zonder meer gelijk staat aan de eenheid, waarom Jezus gebeden heeft. Ik zeg ook niet, dat Gods imago afhangt van de besluiten van de triosynode van aanstaande vrijdag. Voor- en tegenstanders moeten oppassen om hun opvattingen zonder meer gelijk te stellen aan Gods wil. Bidden om eenheid is niet ons program van wensen aan God mededelen, alsof Hij daar al niet van op de hoogte zou zijn.

Tóch blijft staan: Gods imago is verbonden met ons imago als kerk. De media doen aanstaande vrijdag hun werk. De boodschapper van het nieuws is niet de schuld van het nieuws. Wij maken het nieuws als kerk.
De vraag van Paulus aan de gemeente van Korinte is hartstochtelijk emotioneel: ‘Is Christus dan gedeeld?’

In vorige eeuwen hebben we onder veel gekrakeel elkaar de rug toegekeerd. De avondmaalstafel is gebroken tussen hervormden en gereformeerden en lutheranen. Dat betekent pijn in het lichaam van Christus; dat betekent verdriet voor Jezus Christus, de Heer van de kerk. In 1961 hebben achttien hervormde en gereformeerde predikanten gezegd: ‘Dat kan zó niet langer!’ Nu zijn we veertig jaar verder. Was dat veertig jaar woestijn?! De wereld is in elk geval in die tijd nog meer een woestijn geworden. En de kerk? Zijn wij een oase in die woestijn?

Met een beetje creatieve fantasie zouden we ons eens moeten indenken wat de apostel Paulus vandaag aan de gemeente te Gouda geschreven zou hebben. Misschien ongeveer als volgt: ‘Mij is ter ore gekomen, broeders en zusters, dat er onder u vele twisten zijn, en niet alleen over geestelijke zaken maar ook over materiële aangelegenheden. Ieder van u heeft zo zijn eigen leus: ik ben gereformeerd, ik ben hervormd, ik ben lutheraan, ik ben trouw aan de belijdenis, ik heb de hoogkerkelijke liturgie’. Ach, ik zal maar geen namen van personen gaan noemen. U weet het zelf wel. Door welke dominee bent u gedoopt? Máár die dominee is toch niet voor u gekruisigd!? U bent toch niet in zijn naam gedoopt? Sommigen verbeelden zich zelfs dat ze de enig ware Christus-partij zijn. Wat een aanmatiging!’
Door de eeuwen heen is er helaas niet veel veranderd. Paulus zou zijn brief maar een klein beetje hoeven bijstellen en actualiseren.
Horen wij nog die hartekreet van Paulus: ‘Is Christus dan gedeeld?’ Voelen wij  iets van die pijn? Het moet toch onmogelijk zijn – in de naam van Jezus  Christus -  dat wij ons daarbij zouden neerleggen?

Nee, het probleem is niet dat we verschillend zijn. Dat was in het Nieuwe Testament al het geval. De gemeenten in Jeruzalem, Antiochië en Korinte vertoonden niet hetzelfde beeld. Het was zeker geen koekoekéénzang. De pijn zit ergens anders. Namelijk in de gedeelde avondmaalstafel. ‘Waar liefde is, daar is God’, zegt een oud-christelijk lied, dat in Taizé veel wordt gezongen. En we moeten er aan toevoegen: Waar geen liefde heerst, daar wijkt God terug. ‘Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen’, zo zongen we met Psalm 133.

Zeg dus niet: ik ben van die of van die. Want dat betekent een aantasting van het lichaam van Christus. Niet de boodschapper is beslissend. En het gaat er niet om, of het éne kerklid liever psalmen zingt en de ander liever uit de bundel ‘Opwekking’. Het gaat er niet om, dat de één in tongen spreekt en de ander liever voor iedereen verstaanbare taal. Maar het gaat wél om de diepste eenheid van het lichaam van Christus. De eenheid die we belijden in de twaalf artikelen van ons geloof: ‘Ik geloof in één heilige, algemeen christelijke (of: katholieke) kerk’. Het gaat om de eenheid van de gemeente van Christus, die verzegeld wordt in het teken van de éne doop en die gegrond is in het kruis en de opstanding van Jezus.

Paulus kan bewogen uitroepen: ‘Ik ben blij dat ik bijna niemand bij u gedoopt heb’. Hij bedoelde: ik ben geen mystagoog, geen leidsman in de mysteriën van de religie via de doopritus. Want: ‘Christus is toch niet gedeeld?’
Als we deze pijn meevoelen, dan belijden we onze schuld, en dan smeken we om vernieuwing van de kerk. God wil zijn genade en zijn Geest geven. Willem de Mérode dichtte hierover:
‘Gij weet, o God, hoe wij verlangen
naar alles wat tot vrede dient,
maar ach, wij weigren te ontvangen
genade van de trouwste Vriend.’

Laten we bidden om eenheid in liefde, opdat de wereld gelove. De kerk van Christus is wereldwijd; het gaat echt niet alleen om de SOW-kerken in ons kleine landje.
Vandaag  op 10 december is het ook de dag van de Rechten van de Mens. Ook op dit gebied heeft de kerk een opdracht. ‘Opdat de wereld gelove’. Ik citeer Ir. Jan van der Graaf, oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, uit het pas verschenen boekje ‘Verenigd – op de drempel van de Protestantse Kerk in Nederland’:
‘Humaniteit is niet los verkrijgbaar. Ze is het meest gewaarborgd, wanneer Wet en Evangelie de dragende grond er van vormen. Wie anders zal daarvan getuigenis geven dan de kerk? (…) In het unieke van haar Boodschap ligt voor de kerk haar enige legitimatie, wil ze niet een verlengstuk worden van politieke en maatschappelijke organisaties’.

Laten we bidden om de kracht van de Heilige Geest. Daar verwijst vanavond de liturgische kleur rood ook naar. In het gebed gaat het niet om mededeling van opinies maar om de relatie met God. Zoals de dichteres Ida Gerhardt dat zo prachtig verwoordde:
‘Wij wandelen naast elkaar ,
de Vader en het kind,
ik zie Hem niet, maar Hij
is mij zó dicht nabij
als geen op aarde ooit was’.

Zó mogen we bidden, opdat Christus onder ons niet langer gedeeld zal zijn:
Veni Creator Spiritus,
Kom Schepper Geest.
Amen.

<< Preken