Zaterdag 10 november 2001 om 11 uur: afscheidsdienst Mariëlla de Geus, 20 jaar,
vermoord in Gouda op 4 november 2001
Lezingen:
Prediker 3: 1, 4 - 7 en 4: 1 - 2
Matteüs 5: 3 - 9
Gebed:
O God, Levende, hoor ons roepen, om licht, om uw nabijheid.
Wees toch aanwezig!
Laat ons niet uit elkaars genade en uit uw liefde vallen.
Zie ons hier, mensen, verenigd om het onbegrijpelijke verlies van Mariëlla.
O God, we hebben gehoord uit de bijbel dat U ook ooit een geliefd Kind hebt verloren aan onrecht en geweld.
Dan moet het uw hart toch verscheuren, als U ons ziet.
Geef ons uw licht, geef ons uw Geest, wees aanwezig met uw tederheid.
Schenk ons een lichtglans in de duisternis. Een teken van hoop.
En vooral troost, warmte en liefde van mensen om hen heen, die kapot zijn van verdriet.
God, als we dit vragen in de naam van Jezus, moet U ons horen en verhoren,
want dat hebt U beloofd. Amen.
Overdenking:
Lieve Inge en Bert, Eveline en Koen, Patrick, Mirjam, grootouders, familie en vrienden,
Alle worden schieten op dit moment te kort.
Daarom nemen we onze toevlucht tot rituelen. De symbolen van lichtjes en van bloemen. Die spreken een taal die we verstaan. Licht tegen de duisternis. Een kaarsje tegen de nacht. Bloemen tegen de doffe kleurloosheid van de knagende pijn.
Rituelen helpen ons een beetje om onze gevoelens te uiten, ruimte te geven.
Al die lichtjes hier vooraan geven ons Mariëlla niet terug. Maar ze getuigen er van, dat we het niet pikken: we willen ons niet bij de duisternis neerleggen.
Rituelen kunnen helpen. In de kerk mogen we herinneren aan nog meer en andere rituelen. Het is al genoemd, de doop van Mariëlla Esther, haar volle doopnaam. Het water voor de reinen van hart, die God zullen zien, zoals Jezus zegt in de Bergrede. En dan het symbool van de Paaskaars, binnengebracht in het donker van de Paasnacht, licht van de hoop op de opstanding. En dan het symbool van de kleur. Rood hebben we gekozen als liturgische kleur, want dat is de kleur van de liefde, van de warmte van het vuur in mensen, en van de Geest. En niet te vergeten het bloemstuk...
We zijn ook stil in deze afscheidsdienst, stil met zoveel mensen in de kerk. Omdat stilte sprekender kan zijn dan het gesproken woord. Daarom zijn we vanavond om 19.00 uur ook helemaal stil, wanneer een stille tocht wordt gehouden in het centrum van de stad.
Toch mogen we op dit moment ook niet helemaal zwijgen. Ik weet, - woorden kunnen zo makkelijk te hard klinken; ze kunnen soms het leed verhullen of wegstoppen; woorden - met name geloofswoorden - zijn al gauw te zwaar en te groot. Je kunt niet bij die grote woorden komen, als je murw geslagen bent door het verbijsterende verdriet, door de onzegbare leegte.
Waarom willen we toch aarzelend woorden zoeken?
Omdat we eerlijk én innig én met intens gevoel afscheid willen van Mariëlla, haar gedachtenis waardig. Omdat we ook met helende woorden een kring van warmte willen vormen rond de mensen die haar het naaste stonden, die geteisterd zijn door het gat dat is geslagen in hun gezin en familie. Omdat we met z'n allen - kerkelijk of niet, gelovig of niet - willen zoeken naar hoop, om niet onder te gaan in cynisme en wanhoop.
Met Inge en Bert hebben we naar die woorden en symbolen gezocht in de afgelopen dagen. Zijn er momenten/accenten in ons geloof, die ons nú zouden kunnen helpen, of in elk geval onze gevoelens vertolken? Of valt alles weg en is God helemaal afwezig? Dat laatste lijkt voor je gevoel wel het geval te zijn - de leegte; de afwezigheid van God. Dat hebben vele mensen in de psalmen van de bijbel ook vaak zo ervaren. Die riepen immers: "God, waar bent U nou? We merken niks meer van U! Slaapt U soms?"
Toch vonden we twee gedachten, en daarbij twee gedeelten uit de bijbel, die ten naaste bij weergaven wat onze gevoelens zijn. Een stukje uit het boek Prediker, en een klein gedeelte van de Bergrede uit het evangelie van Matteüs. Zo lazen we zonet eerst een woord van die wijze Prediker, over een tijd om te lachen en een tijd om te huilen, een tijd om te dansen en een tijd om te klagen. En toen uit het evangelie - bijna het tegenbeeld van die somber lijkende Prediker - , een woord van Jezus over warme mensen, mensen die kracht uitstralen, - niet omdat ze krachtpatsers, maar omdat ze zachtmoedig zijn en vredestichters.
Die woorden van Jezus passen ook bij Mariëlla, of zoals degenen die haar noemden, die haar het naaste stonden: Maat of Maatje. Ze was overigens een maatje voor velen. Op de universiteit in Utrecht (waar ze natuurwetenschappen, preciezer innovatie management studeerde), in de kring van haar bijbaantje, in SoWhat, maar vooral in haar sportkring in Gouda. Haar sportvrienden en -vriendinnen zochten naar woorden en schreven die in een schrift. Ik mocht het inkijken. Ontroerend, authentiek, aangrijpend. Enkele citaten:
"Waarom zo vroeg en waarom jij?"
"Ik hoop dat je nu bij ons bent".
Velen schreven, in alle toonaarden: "een lieve spontane meid, die voor iedereen klaarstond". "Mariëlla, je bent zo'n mooi, zo'n lief meisje".
En verder:"Ik hoop met heel mijn hart, dat je nu ergens bent waar het veel beter is dan hier".
Als je die woorden van haar maatjes van de sport leest, als je de bloemen ziet op die plek bij het Bolwerk, dan is het alsof we met elkaar alle krachten van licht en goedheid willen mobiliseren, - tegen het onrecht, tegen de duisternis. Zie al die lichtjes om Mariëlla heen. Wij willen daarmee zeggen: Het onrecht mag het niet winnen! Ja, dat moeten we ook hardop zeggen in deze dienst: Het onrecht, het gruwelijke onrecht, dát is godsonmogelijk, dát is godslasterlijk. De hemel kan alleen maar huilen vandaag.
Bert en Inge wilden in deze dienst niet teveel aandacht voor die gruwelijke misdaad, want het gaat nu allereerst om het verdriet en het gemis. Maar het mag en het moet wel gezegd worden. Die Prediker in de bijbel wist het ook al. Hij zag onder de zon verschrikkelijk veel onrecht. Hij spreket daraom over de tranen van de onderdrukten. Hij werd er moedeloos van. En wij kunnen er naast moedeloos ook woedend om zijn, razend. Daarom willen we de politie ook sterkte wensen - om recht te laten geschieden.
Ja, recht - dat moet gebeuren! Maar we krijgen er Mariëlla niet mee terug. Daarom gaat alle aandacht nu uit naar haar, wier leven te vroeg is afgebroken, en naar haar naaste familie en vrienden. We zongen 'Ubi caritas, Deus ibi est' - een heel oud lied uit de christelijke traditie: 'Daar waar liefde heerst, en vrede, daar is God met ons.'
We verlangen er zo naar om dat te blijven geloven, om dat te kunnen geloven. Dat laten we ons niet ontnemen! We gunnen de duisternis die overwinning niet! Wij stellen met onze rituelen, en vooral met onze daden, tegenover de duisternis het licht, tegenover de meedogenloosheid de barmhartigheid, tegenover het geweld het stichten van de vrede.
Zoals Jezus het gezegd heeft, in die onvergetelijk diepe woorden, die ooit klonken in de heuvels bij het Meer van Galilea: 'Zalig', of in gewoner Nederlands: 'Gelukkig'.
- "Gelukkig die treuren, want zij zullen vertroost worden."
- "Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven."
- "Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden".
Jezus spreekt over mensen, die Hem als voorbeeld navolgen, mensen die kracht uitstralen, mensen met innerlijke warmte, mensen vol van Geest, mensen die de vonk van de Geest in hun hart niet hebben gedoofd. Die krachten zullen het winnen! Laten we eerlijk zijn, het lijkt er vaak niet op. Maar we blijven het geloven, tegen de vertijfeling in, met de moed van de hoop. Met de woorden uit het gedicht van Henriëtte Roland Holst: "De zachte krachten zullen't zeker winnen op 't end".
Misschien zeg ik nu toch te veel en gebruik ik te grote woorden. Ik hoorde uit de mond van mensen in de afgelopen dagen: 'Hoe kan God zoiets nu toelaten?'
Máár: God laat dat toch niet toe? God heeft het zelfs uitdrukkelijk verboden. Wie kent niet de uit Tien Geboden: 'Gij zult niet doodslaan?' Ik zie het zó, dat God met ons mee treurt. Hij gaf als Schepper de mensen verantwoordelijkheid, om te kiezen tussen goed en kwaad. Misschien zul je zeggen: Een krankzinnig risico. Jazeker, maar had God dan mensen als geprogrammeerde robotten moeten maken? Hij gaf mensen vrijheid en verantwoordelijkheid. Daar kunnen ze mee aan de haal gaan. Op een vreselijke manier! Maar dat is hemeltergend en godslasterlijk.
Laten we vandaag allemaal opnieuw onze verantwoordelijkheid aanvaarden, opnieuw kiezen voor het leven. Laten we het elkaar beloven:
Wees er voor elkaar!
Bescherm elkaar!
Kom voor elkaar op!
Verhef je stem tegen zinloos geweld, tegen schreeuwend onrecht.
Of, met de woorden uit de muziek, die direct zullen klinken:
We want you to get together.
Put your hands together. .
'Zalig zijn de vredestichters', zei Jezus.
Mogen we daarin ook een beeld van Mariëlla herkennen? Het gaat er echt niet om om haar op dit moment heilig te verklaren. Ze was een gewoon mens, net als wij allemaal. Maar iedereen zegt het en schrijft: 'Ze was er voor anderen'. 'Ze had iedereen iets te geven.' En in het gezin: 'We hadden het zo goed met elkaar. Er was en is zo'n intense band, zo'n echte warmte.'
'Zalig de vredestichters' - dat mag ook gelden voor ons allemaal. Wanneer we de handen ineenslaan. Wanneer we mensen willen zijn, die goedheid en vrede en echtheid verspreiden.
Tenslotte, nog eens: Woorden schieten te kort. We blijven het niet begrijpen. We willen het niet, naar de begraafplaats. Toch zullen we gaan. Maar begrijpen doen we het niet. God zal ons ooit nog heel wat hebben uit te leggen. Ik wil blijven hopen hoop dat die tijd eens komt. Dat we het verdriet zullen zien in Gods ogen en wanneer Hij zelf al onze tranen zal drogen.
Voor die manier van hopen en geloven hebben we elkaar hard nodig. Daar hebben de naastbestaanden van Mariëlla ons ook hard voor nodig in de komende tijd. Met elkaar kunnen we blijven geloven in die goddelijke vonk in mensen, die warmte van de Geest door mensen heen.
En we willen ook blijven geloven voor Mariëlla, met duizend vragen maar toch, geloven dat ze niet voorgoed is voorbijgegaan, maar gekoesterd wordt in het licht van God. Laten we daarop maar 'amen' zeggen, dat is: 'Zo moge het zijn'.
Want - zoals we direct gaan zingen - :
"Soms lijkt dit bestaan zinloos en vaag, in nevels op te gaan,
en voelen we ons verloren en alleen,
dwalen we zomaar rond en nergens heen."
Maar dan proberen we toch weer tegen God te zeggen, al is het met gebroken stem en tranen in de ogen:
"U bent de kracht die ons ten leven riep,
U bent de hoop van allen die U schiep.
U bent de band die heel de mensheid bindt,
U het geluk dat zij tenslotte vindt."
Amen
