Woord en Dienst 21 december 2007

Vanuit Nes Ammim

Vrede op aarde

 Rijdend uit Jeruzalem door de heuvels van Judea ben ik getuige van een prachtige zonsondergang. De hemel is rood en oranje gekleurd. Troost door de natuur! Twee uur geleden was ik nog achter de muur op bezoek in het vluchtelingenkamp Deheisheh bij de vader van Ibrahim, mijn vaste taxichauffeur. Hij is de middelste uit een gezin van veertien kinderen. In Deheisheh wonen ruim 10.000 Palestijnen opeengepakt, merendeels afkomstig uit verwoeste dorpen in de oorlog van 1948. Het extremisme tiert welig in het kamp. Bitterheid en cynisme heersen alom. Het is de dag van de conferentie in Annapolis. Een anti-demonstratie wordt door de Palestijnse politie in Betlehem uiteengeslagen. Niemand gelooft hier in de mooie woorden van Bush, Abbas en Olmert.
Kort daarna gier ik in de taxi van Ibrahim door Betlehem, langs de elkaar beconcurrerende herdersvelden, waar straks het ‘vrede op aarde’ weer in vele talen zal worden aangeheven. Ibrahim zet me af bij het checkpoint. De vrede op aarde is in het veelbeloofde land ver te zoeken. In Betlehem is alle hoop gevestigd op de toeristen, die waarschijnlijk voor het kerstfeest komen opdagen. Eén schrale troost: Aan de andere kant van de muur rijden de taxi’s even roekeloos en wordt er even veelvuldig en ongeduldig getoeterd.
Op de terugweg naar het Noorden zit ik te dubben over de preken, die van me verwacht worden in de adventstijd en op het kerstfeest. Hebben de jonge volunteers in Nes Ammim niet recht op opbeurende verhalen, in die periode van het jaar waarin het heimwee naar thuis het sterkst pleegt toe te slaan? Moet ik ze zonodig lastig vallen met mijn gepieker over de spanning tussen de engelenzang uit het evangelie over ‘vrede op aarde’ en de wanhopig makende onvrede van nu? Ze willen toch vooral een romantische kerstsfeer? Of zal ik duidelijk kunnen maken dat er toch heel wat overeenkomst is tussen toen en nu?
De stralende zonsondergang zit nog op mijn netvlies. Een teken van hoop in de natuur? De woorden van dominee Mitri Raheb van Betlehem, die ik die morgen interviewde, klinken nog na in mijn oren: ‘Je hoeft niet te kiezen tussen een irreëel optimisme en een realistisch pessimisme. Een mens die gelooft, mag leven van de hoop in het hier en nu.’ Misschien moet ik toch maar proberen daarover iets te zeggen op het komende kerstfeest? Shalom ba-Arets – Vrede voor het land! Wanneer eindelijk?   

Simon Schoon

<<Publicaties