Trialoog, een ervaringsverhaal uit Nederland en Israël[1]
Simon Schoon
Inleiding
In het Noorden van Israël, dichtbij de Libanese grens, ligt een uniek christelijk dorp, een ‘vreemde eend in de bijt’ van het religieus en etnisch veelkleurige landschap van Galilea. De naam betekent ‘banier van de volken’, Hebreeuwse woorden ontleend aan Jesaja 11: 10. Ik woonde daar met mijn gezin van 1974-1981, en was er werkzaam als predikant en studieleider. In die tijd woonden er tussen de 150 en 200 mensen, afkomstig uit Europa en Amerika. Het dorp is gesticht door christenen uit Zwitserland en Nederland, wier motivatie voor dit project te herleiden is tot datgene wat ze hadden gezien en ervaren in de Tweede Wereldoorlog. Met name de moord op zes miljoen Joden had hen tot bezinning en omkeer gebracht. Zij waren er van overtuigd geraakt dat de anti-joodse traditie van de kerken mede-verantwoordelijk was geweest voor datgene wat het joodse volk was aangedaan in de donkere nazi-tijd. Daarom wilden ze een nieuwe bladzij opslaan in het boek van de joods-christelijke betrekkingen, en propageerden dialoog in plaats van zending. Ik mocht een poos meedoen aan dat nieuwe en moeizame avontuur, een ervaring die mijn verdere leven heeft gestempeld.
Na mijn pensioen in 2007 als predikant en als bijzonder hoogleraar jodendom-christendom van de Protestantse Kerk in Nederland keerde ik met mijn vrouw terug naar Nes Ammim, om daar de coördinator te worden van het nog niet zo lang bestaande Centrum voor Ontmoeting en Dialoog. De oorspronkelijke doelstelling van de pioniers is inmiddels geactualiseerd in de context van vandaag, en met name gericht op het bevorderen van de trialoog tussen Joden, christenen en moslims, en het faciliteren van ontmoetingen tussen Joden en Palestijnse Arabieren in Israël.
Verschillen
In deze lezing wil ik proberen mijn ervaringen in Nederland en Israël enigermate te evalueren. De context waarin de dialoog in Nederland plaatsvindt, verschilt enorm van Israël. Toch zijn sommige verschijnselen vergelijkbaar. Zoals de nadruk op exclusieve waarheidsclaims en de opkomst van politiek en religieus extremisme. De recente internet film ‘Fitna’ van de rechtse parlementariër Geert Wilders, waarin de islam wordt getekend als een extremistische religie, is een voorbeeld van deze ontwikkeling. In Israel en Palestina is extremisme aan de orde van de dag. Het langdurige politieke conflict is enerzijds een bijna onoverkomelijke barrière voor het interreligieuze gesprek, maar anderzijds ook een stimulans om bruggen te bouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in het éne, fel omstreden land. Toch moet ook gezegd worden, dat de dialoog, en zeker de trialoog, een zeldzaam verschijnsel is in de harde realiteit van het Midden-Oosten.
Urgentie
Eén ding is boven alle twijfel verheven: Dialoog en trialoog zijn meer urgent dan ooit. Eigenlijk is ‘trialoog’ een merkwaardig neologisme, vanuit de verkeerde veronderstelling dat di in het woord ‘dialoog’ twee zou betekenen. Dit is onjuist. Daarom zou beter gesproken kunnen worden over een trilaterale dialoog. Maar inmiddels is de term ‘trialoog’ al zozeer ingeburgerd, dat ik dat begrip ook maar gebruik.
Vanuit de nadruk op de urgentie is de vraag onontwijkbaar: Wat stelt de ‘trialoog’ tussen Joden, christenen en moslims in de praktijk eigenlijk voor? Mijns inziens bijzonder weinig, ondanks de vele grote woorden en academische congressen. In deze plichtmatige - en veelal zwaar gesubsidieerde - bijeenkomsten klinken aan de lopende band dezelfde woorden, zoals ‘tolerantie’, ‘mensenrechten’, ‘vrede’, ‘menselijke waardigheid’, ‘respect’, enz, enz. Voor de oren van hen die dit zo graag willen horen. Steeds weer zijn er enthousiaste sprekers aan het woord, die preken voor de reeds bekeerde parochie. We moeten ons afvragen, of deze bijeenkomsten niet ver verwijderd zijn van de dagelijkse realiteit van ‘gewone’ mensen, die dit soort ‘rituele dansen’ van deskundigen en hobbyisten niet kunnen en willen meemaken.
Na 11 september 2001
Na Nine Eleven, na en tijdens de dramatische ontwikkelingen in Irak en Afghanistan, na de oorlog tussen Hezbollah en Israël in de zomer van 2006, zijn er enkele hoopvolle initiatieven ontstaan van trialoog tussen Joden, christenen en moslims. Het gevoel van urgentie wordt door velen gedeeld, maar de concrete realiteit is zwak en uiterst kwetsbaar. Aan alle kanten wordt gepoogd deze breekbare initiatieven in te palmen, met name door subsidies, voor eigen politieke p.r. doeleinden. De toekomst zal leren of deze beperkte pogingen een belofte inhielden voor de toekomst van de ontmoeting tussen de drie monotheïstische godsdiensten. Weinigen hebben het theologische ‘huiswerk’ opgepakt van de reflectie over de ‘vreemde ander’. De vertegenwoordigers van de institutionele religie hebben er niet veel belang bij. Er kan niet gewacht worden tot het moment dat alle problemen van het eigen theologische ‘huiswerk’ opgelost zijn. De situatie in onze wereld duldt geen uitstel van het begin van een concrete trialoog
De tijden zijn veranderd. Op 14 november 2000 werd een symposium gehouden aan de Theologische Universiteit Kampen over het thema ‘Creating space for each other. A theological challenge’.[2] Het was ongeveer een jaar vóór de aanslag op de Twin Towers in New York. Er waren in Kampen drie sprekers, een Jood, een christen en een moslim. Ik was de christelijke inleider. Mijn lezing klonk nogal optimistisch. Ik had pas een paar bijzondere conferenties meegemaakt, één in Andulasië, Spanje, waar Joden, christenen en moslims in een open sfeer op een academisch congres met elkaar in gesprek gingen. Na Nine Eleven vroegen velen zich af: Waren we niet te vriendelijk en naïef geweest? Hadden we onze naïviteit niet al veel eerder moeten verliezen, na de vreselijke oorlogen, etnische zuiveringen en misdaden op de Balkan in de negentiger jaren? Konden we gewoon doorgaan met het uitwisselen van dezelfde vriendelijkheden, na Srebrenica, na 9/11, na alle zelfmoordaanslagen in Israël, na de Libanonoorlog in 2006, en tijdens alle aanslagen in Irak en Afghanistan en Pakistan? Ik ben stellig niet de enige, die geplaagd wordt door deze gevoelens van twijfel en ambivalentie bij het ‘schone’ dialoog-gebeuren.
Context Nederland
Men kan zich afvragen, of wat betreft de Nederlandse situatie niet gesproken moet worden over een paradigmawisseling, zowel in het denken als in de politieke praxis, na de moorden op de politicus Pim Fortuyn in 2002 en de cineast Theo van Gogh in 2004. Ook moeten we de invloed verdisconteren van Ayaan Hirsi Ali, die naar Nederland kwam als politiek vluchteling uit Somalië en na enkele jaren reeds parlementariër werd voor de VVD in de Tweede Kamer. Zij kreeg een soort van symboolfunctie, tegelijk heldin slachtoffer, zeker nadat de Nederlandse regering in juni 2006 viel vanwege de twisten rond haar illegaal verkregen paspoort en de geldigheid van haar Nederlanderschap. Het is al te gemakkelijk haar beschuldigingen aan het adres van de islam af te doen als de slachtoffertaal van een renegaat. Als de ultra-rechtse kamerlid Geert Wilders dezelfde argumenten gebruikt, klinkt het onecht en beledigend, omdat hij probeert in te spelen op de onderbuikgevoelens in de maatschappij. De idealen van de multiculturele samenleving worden als naïef en achterhaald afgeschilderd. In de volkswijken van de grote steden geniet hij grote aanhang. Zowel bij de borrelpraat in de kroeg als in de debatten in het parlement wordt een taal gebezigd, die aan het einde van de 20e eeuw nog ondenkbaar was.
Context IsraëlDe Libanonoorlog in 2006 veroorzaakte een ernstige breuk in de verhoudingen tussen Joden, christenen en moslims. In een tijd van oorlog duiken alle oude stereotiepen weer op, en nemen agressieve vormen aan. Na twee intifada’s, en met dagelijkse berichten over aanslagen en liquidaties, is het klimaat bepaald niet gunstig voor een vreedzame dialoog. Men is cynisch geworden, zelfs vele voormalige vredesactivisten. Buiten Israël wordt de valse voorstelling levend gehouden, dat het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen de enige of voornaamste oorzaak is van alle problemen in het Midden-Oosten. Maar er zijn conflicten tussen christenen en moslims, tussen Joden en christenen, en zelfs nog heviger tussen moslims en moslims, zoals tussen Soennieten en Sji’ieten in Irak en andere landen. Wie is in staat te onderscheiden tussen politieke feiten en mythen, tussen objectieve waarheid en politieke propaganda?[3] Kijkt niet iedereen naar de werkelijkheid door de bril van zijn eigen particuliere ervaringen? Het is gemakkelijk om oplossingen voor te stellen voor het conflict in Israël/Palestina, wanneer men er nooit geleefd heeft. Mijn eigen opvattingen zijn niet zozeer gevormd door ‘keurige’ conferenties over dialoog en tolerantie, maar zijn opgedaan in de ervaringen van de harde dagelijkse realiteit van het geleefde leven tussen Joden, christenen en moslims in het ‘beloofde’ land (voor anderen: het ‘geroofde’ land). Zowel in Galilea als in de Palestijnse gebieden van de Westelijke Jordaanoever.
Is objectiviteit haalbaar? Na 35 jaar Israël-ervaring geloof ik er niet meer in. Journalisten kunnen de publieke opinie manipuleren door selectieve berichtgeving. De sympathieën en antipathieën van de lezers en kijkers volgen de slachtoffers en daders van de laatste aanslag of vergeldingsmaatregel. Naar welke stemmen zullen we luisteren? Naar de Franciscaanse Custos (Bewaker) van de heilige plaatsen, Msgr. Pizzaballa, die waarschuwde dat de christelijke minderheid zich bedreigd voelt door de meerderheid van de moslims? Of kunnen we beter luisteren naar de stem van de Lutherse predikant in Betlehem, Mitri Raheb, die het tegenovergestelde beweert in zijn boek uit 2004 Bethlehem Besieged: Stories of Hope in Time of Trouble[4]? Een grondig gedocumenteerd boek van de hand van de theoloog Hans Jansen over het Arabische antisemitisme heeft velen in Nederland geschokt.[5] Is dit verschijnsel af te doen, zoals vaak gebeurt, als de woedende en machteloze reactie van de Arabische publieke opinie op het dagelijkse nieuws over het geweld in het Israëlisch-Palestijns conflict, of is hier toch meer aan de hand? Iedere onderzoeker, politicus en toeschouwer verzamelt zijn eigen ‘wetenschappelijke’ feiten. Het einde van elke vorm van dialoog is het gevolg. Het zijn niet alleen christen-zionisten uit Amerika en Hamas-aanhangers uit Gaza, die geen enkele boodschap hebben aan de dialoog, omdat ze die dialoog als verraad beschouwen van hun eigen door God/Allah geopenbaarde waarheid. Ook de ‘gewone’ man en vrouw hebben er weinig mee op. Als fundamentalistische groepen steeds meer aanhang krijgen onder de ‘gewone’ Joden, christenen en moslims, ziet het er uiterst somber uit voor de toekomst van de dialoog. Maar wat veel erger is: Ook voor de toekomst van de wereld.
Geen harmonisatie
Velen zijn er van overtuigd, dat de basis van de trialoog gevormd word door het monotheïsme, het geloof in de éne God dat Joden, christenen en moslims gemeenschappelijk zouden hebben, en door de opvatting dat Abraham de oervader is van de drie religies. Kuschel verdedigde in 1994 de stelling, dat de drie religies een ‘oecumenische erfenis’ zouden hebben in de persoon van Abraham.[6] Deze opvattingen lijken in de 21ste eeuw al weer gedateerd. Er zijn grote vraagtekens te zetten bij deze en dergelijke vooronderstellingen. De leerstellige barrières zijn enorm. Maar een nog grotere psychologische barrière voor de trialoog wordt gevormd door de verschillende historische herinneringen van de gelovigen van de drie religies. De meeste Joden denken bij het christendom allereerst aan de vervolgingen van de zijde van de christenen, terwijl de moslims zich de kruistochten herinneren als de dag van gisteren, en de Westerse aspiraties in het Midden-Oosten alleen maar kunnen zien als een kruisvaardermentaliteit in nieuw gewaad. Alle drie religies hebben een grondige traditie opgebouwd in polemiek en apologetiek, maar niet in een open dialoog.
Trialoog is niet het streven naar een grootst gemeenschappelijke deler. De centrale geloofsovertuigingen van jodendom, christendom en islam kunnen niet worden geharmoniseerd. De plaats die de Torah inneemt voor Joden, is in het christendom alleen maar vergelijkbaar met de betekenis van Jezus Christus, en in de islam met de plaats van de Koran als de onfeilbare en letterlijke openbaring van Allah aan Mohammed, die het zegel is van alle profeten vóór hem.[7] Ontkenning of verwaarlozing van deze verschillen voert de trialoog op een doodlopende weg.
Enkele conclusies
1. Pogingen tot dialoog en trialoog worden doorgaans als naïef-idealistisch beschouwd, als ver verwijderd van de dagelijkse realiteit van de felle botsingen tussen de drie monotheïstische religies. Toch is er geen alternatief. Maar dan dienen de bilaterale en trilaterale dialogen niet de harde werkelijkheid van de wereld van vandaag achter zich te laten en zich niet terug te trekken op een geïsoleerd eiland van vreedzame slogans.
2. Het is een idealiserende harmonisatie om te spreken over de drie Abrahamische religies. Kuschel verdedigt de opvatting dat de drie religies de aanwezigheid van Abraham in de andere religie moeten erkennen. Maar de joodse traditie ziet Abraham als een halachische Jood; de moslims beschouwen Abraham als de eerste moslim die zich totaal onderwerpt aan Allah; en de christelijke Abraham is tot een vroom christen gekerstend. Het lijkt historisch en theologisch een onbegaanbare weg om Abraham tot een universele figuur te maken ten behoeve van de dialoog.
3. De integriteit en particulariteit van de ander mag niet worden aangetast in de dialoog. De joodse filosoof David Hartman uit Jeruzalem is van mening, dat God een hele serie verbondssluitingen is aangegaan met verschillende volken en gemeenschappen. Vanuit dat perspectief roept hij zijn mede-Joden op ‘om de particulariteit en waardigheid van de ander te vieren’.[8] Het is gevaarlijk om liefde voor de ander, de vreemde, te ‘universaliseren’. ‘Liefde is altijd geparticulariseerd; zij die pogen de liefde universeel te maken, maken deze feitelijk leeg en betekenisloos’, schrijft Hartman.[9]
4. De trialoog is een opdracht van de hoogste urgentie. Maar deze trialoog komt niet in de plaats van de bilaterale dialogen tussen Joden en christenen, tussen moslims en christenen, en tussen Joden en moslims. Zij hebben alle hun eigen waarde, eigen agenda, en specifieke theologische plaats.
5. Christenen hebben nog veel theologisch ‘huiswerk’ te doen. Zij moeten zich er op voorbereiden een open dialoog aan te gaan door de vragen die gesteld worden door de vreemde ander. Kunnen zij accepteren dat vragen van Joden en moslims over voor hen centrale thema’s, zoals de incarnatie en de Triniteit, een theologische bezinning op gang brengen, die polemiek en apologetiek achter zich laat? Of is het voor hen een niet discutabel uitgangspunt, dat deze leerstellingen voor altijd onveranderlijk vastgelegd zijn?[10] Of is het voor christenen wellicht toch denkbaar, dat hun harten geraakt worden door anders-gelovigen met hun vragen over God en mensen, waardoor zij op gedachten komen die zij zonder hun hulp niet hadden kunnen bevroeden? Met andere woorden: Staan zij in de dialoog principieel open voor verandering? Er zijn getuigenissen van gelovigen, die radicaal veranderd zijn door hun ervaringen in de dialoog.[11]
6. De nadruk op ethiek in de dialoog sluit de spirituele ontmoeting of de ‘dialoog van het hart’ niet uit. Nader onderzoek moet verricht worden en een nieuwe praxis geoefend worden om ruimte te creëren voor een diaoog over spiritualiteit en mystiek, en om vormen te vinden van interreligieus gebed, die de gevaren van harmonisatie en syncretisme vermijden.[12]
Simon Schoon is emeritus-predikant en –bijzonder hoogleraar jodendom-chistendom;op het moment is hij verantwoordelijk voor de dialoogafdeling van Nes Ammim,Israël.
[1] Enigszins omgewerkte lezing, in Engelse versie gehouden op 11 augustus 2008 in Mostar, Bosnië, in een conferentie van Joden, christenen en moslims.
[2] Er waren drie lezingen. Vanuit joods perspectief door prof. rabbijn Norman Solomon uit Oxford. Mevr. Sajidah Abdus Sattar vertegenwoordigde het moslim standpunt.
[3] Vgl. Joris Luyendijk, Het zijn net mensen. Beelden uit het Midden-Oosten, Amsterdam 2006.
[4] Fortress Press, Minneapolis 2004.
[5] H. Jansen, Van jodenhaat naar zelfmoordterrorisme. Islamisering van het Europees antisemitisme in het Midden-Oosten, Heerenveen 2006.
[6] K.- J. Kuschel, Streit um Abraham. Was Juden, Christen und Muslime trennt – und was sie eint, München 1994.
[7] F.E. Peters, Islam. A Guide for Jews and Christians, Princeton University Press: Princeton New York, 2003.
[8] D. Hartman, Conflicting Visions. Spiritual Possbilities of Modern Israel, New York 1990, 266.
[9] Hartman, 251.
[10 Vgl. C. Theobald, ‘Der Eine Gott und seine Zeugen. Zu einer Theologie der Begegnung zwischen Juden, Christen und Moslims’, Bijdragen, tijdschrift voor filosofie en theologie 58 (1997), 79-96.
[11] Bijv. Norman Solomon en Hans Hermann Henrix, in: Sidic XXXXIII/1 (2000), 12-19.
[12] Themanummer ‘Interreligious Prayer’, Pro Dialogo 98 (1998/2), 149-265.
