‘Zijn bloed op ons’ (Matteüs 27: 25)

                                                                                                                      Simon Schoon

In de periode 1981-1991, toen ik in Nederland werkte als predikant voor Kerk en Israël, hield ik bijna elke avond lezingen ergens in den lande. De tekst Matteüs 27: 25 kwam daarbij veelvuldig aan de orde. Altijd stond er wel iemand op die zei: ‘Maar de Joden hebben al dat lijden toch zelf over zich afgeroepen...’. En dan werd vervolgens deze tekst geciteerd. Dergelijke beweringen kwamen echt niet alleen van de kant van het toentertijd beruchte evangelistenechtpaar Goeree, die een pamflet bij Joden in de deur stopten over deze tekst. In dit ‘schotschrift’ verkondigden ze dat de Joden zelf de schuld waren van Auschwitz, omdat ze deze ‘vloekroep’ hadden uitgesproken en sindsdien nog steeds niet Jezus hadden aangenomen. Via processen tot aan de Hoge Raad hebben OJEC en CIDI en de Anne Frank Stichting in 1985-1987 dit echtpaar tot zwijgen gedwongen. Maar de kerken moesten naar aanleiding van deze affaire wel de hand in eigen boezem steken, want dit zelfde hadden christenen immers ook eeuwenlang beweerd. Echt niet alleen antisemieten! Bij een lezing op een avond – het was in Aalsmeer – stond een oudere dame op, die me huilend vroeg: ‘Maar de Joden zijn toch zelf schuld aan al die ellende door die roep vóór het gerechtsgebouw van Pilatus? In de oorlog heb ik Joden verborgen in mijn huis, met gevaar voor de levens van mijn gezin! Maar ik blijf met die tekst in mijn maag zitten. Het staat er toch?!’ Wat zeg je dan in zo’n situatie?

De tekst van Matteüs 27: 25 heeft een spoor van bloed en tranen getrokken door de joodse geschiedenis. Steeds weer stonden er christenen op, die meenden deze roep eigenhandig te moeten realiseren. De uitwerking van deze tekst is catastrofaal geweest. Om hier aan te ontkomen heeft men wel gezegd, dat de ‘vloekroep’ opgevat zou moeten worden als een gebed, dat de verlossende kracht van het bloed van Jezus over het joodse volk zou mogen komen. Maar dat is een al te gemakkelijke ontsnappingsweg voor de oorspronkelijke bedoeling van deze tekst en voor de verschrikkelijke uitwerking er van.

Matteüs laat ‘heel het volk’ roepen: ‘Zijn bloed óp ons en onze kinderen’. Of in de NBV: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ Natuurlijk kun je historisch benadrukken, dat het er maar een paar honderd geweest kunnen zijn en dat het alleen de leiders in Jeruzalem waren en dus absoluut niet ‘heel het volk’. Maar dan vergeet je de context van de evangelist Matteüs, die schreef na de ondergang van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70. Toen het bloed in stromen vloeide door de straten van Jeruzalem en er duizenden kruisen stonden rond de stad. Ook in de rabbijnse geschriften na het jaar 70 staat veelvuldig, dat deze ondergang te wijten was aan de zonden van het joodse volk, met name aan hun onderlinge onenigheid. De evangelist dacht er als Jood precies zo over, maar hij zag alleen een andere oorzaak, namelijk de dood van Jezus. Volgens hem was het bloed van Jezus over de Joden ‘en hun kinderen’ gekomen in het jaar 70. Feitelijk gaat het hier dus om een intern-joodse discussie.

Máár deze uitleg betekent niet, dat christenen uit de ‘heidenen’ in de 21e eeuw, na eeuwen van antisemitisme en na de Sjoa, hetzelfde nog zouden kunnen zeggen. Dat is een doodzonde! En al helemaal als we ook nog, zoals de nazi’s deden, de daad bij het woord menen te moeten voegen. Zoals dat eeuwenlang gebeurde rond Goede Vrijdag en Pasen. Stel je voor dat we zouden menen de Friezen nu nog te moeten aanrekenen dat ze ooit Bonifatius hebben vermoord! Er is voor christenen uit de volken maar één uitweg uit deze schuldgeschiedenis, namelijk radicale omkeer en gebed om vergeving. Alleen dan kunnen er bruggen van begrip en verzoening geslagen worden tussen Joden en christenen. Zoals dat op ontroerende wijze gebeurd is door paus Johannes Paulus II, toen hij op 26 maart 2000 een briefje in de Muur schoof in Jeruzalem met een gebed om vergeving.  

<< Publicaties