Licht voor de volken – heerlijkheid voor Israël
                                               (Lucas 2: 32)
                                                                      Simon Schoon

Naast andere overheersende christologieën in het Nieuwe Testament is Lucas 2: 32 een ‘ondergeschoven kind’. Hoog tijd om deze ‘narratieve christologie’ in ere te herstellen. Zij kan behulpzaam zijn om zicht te krijgen om de onopgeefbare verbondenheid tussen de kerk en  het volk Israël.

Afscheidspreek
Op 23 juni 1991 preekte ik over deze tekst in de Pauluskerk in Amstelveen ter gelegenheid van mijn afscheid als predikant voor Kerk en Israël. Naar aanleiding van de vraag van de redactie van Kerk & Israël Onderweg zocht ik die preek nog eens op. Zou ik het nu nog zó zeggen of zou het vandaag heel anders moeten? Hoe kon ik toentertijd met heel wat joodse vrienden in de kerk zo’n uitgesproken christologisch gedeelte kiezen? Deze tekst legt in de vorm van een hymne getuigenis af van een ‘vertellende christologie’, die vergeten is geraakt  en het niet gehaald heeft in de klassieke, kerkelijke leer over Jezus Christus. Alle reden dus om deze Lucaanse visie op Jezus onder het stof vandaan te halen! Niet om Joden een genoegen te doen, laat staan over de streep te trekken, maar om onszelf als christenen een breder en ruimer zicht op Jezus te gunnen. Ik volg hieronder enkele passages uit die preek

Heil voor alle volken
Het gaat er vroom-joods aan toe in Lucas 2. Maria en Jozef zijn naar Jeruzalem gekomen voor de reiniging van Maria op de veertigste dag na de geboorte van haar eerste zoon. Naar het voorschrift van de Thora. Jezus wordt als eerstgeborene geheiligd en losgekocht. Op het tempelterrein ontmoeten ze een oude man, Simeon, die zijn leven lang heeft uitgezien naar de vertroosting van Israël. Hij neemt het kind in zijn armen en zingt zijn lied: ‘Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord’. Hij heft een hymne aan met bewoordingen ontleend aan de grote profeet van de ballingschap, die Deutero-Jesaja wordt genoemd. Diep  overtuigd als hij is, dat hij nu met eigen ogen het heil ziet, dat God bewerkt heeft ten overstaan van alle volken, dat wil zeggen zowel voor Israël als de heidenvolken (de gojiem).
Voor Simeon is dat heil verbonden met het kind dat hij in de armen houdt. In hoeverre de evangelist Lucas een reeds bestaand lied van de oerchristelijke gemeente heeft ingelast in zijn vertelling, laat ik nu maar in het midden. In elk geval geeft hij een zeer oude traditie over Jezus weer, uit de tijd voordat de wegen tussen Joden en christenen uiteengingen. Hij laat Simeon zingen over tweeërlei functie van Jezus: Licht én heerlijkheid. Dat ‘heil voor alle volken’ wordt dus verschillend uitgewerkt. Lucas leert ons met twee woorden spreken over Jezus.

Licht en heerlijkheid
Simeon onderscheidt en verbindt twee functies van Jezus: ‘Licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk Israël’. Die vrome, oude Jood uit  Jeruzalem, heeft er weet van dat de vertroosting van Israël alles te maken heeft met het licht dat zal opgaan voor de heidenen (de niet-Joden). Verlicht door de Geest ziet hij daar vol hoop naar uit. Naar de tijd dat de heidenen op weg zullen gaan naar Sion. En in één adem verwacht hij in zijn lied, dat die beweging van de heidenen glorie zal gaan betekenen voor ‘uw volk Israël’. In die samenhang én in die volgorde had de grote profeet van de ballingschap er ooit over gesproken. Israël zou er wel bij varen, wanneer het licht zou opgaan voor de gojiem. Eindelijk zou het volk Israël kunnen opademen. Dat visioen voor zijn volk deelde ook Zacharias: ‘om, ontkomen aan onze vijanden, Hem zonder angst te dienen’ (Lucas 1: 74). Een messiaans perspectief!

Toekomstmuziek
De eerlijkheid gebiedt dat we ons afvragen, of er iets van dit visioen van Deutero-Jesaja en van Simeon waar is geworden. Er is inderdaad een licht uit Israël opgegaan voor de volken. ‘Het heil is immers uit de Joden’ (Joh. 4: 22). Daardoor is de naam van de God van Israël op de lippen gekomen van velen uit de volken. Maar heeft dat heerlijkheid betekend voor Israël? Het één zou hebben moeten leiden tot het ander, volgens de visie van de profeten. Licht tót glorie! We moeten als christenen met schaamte erkennen dat we die samenhang hebben losgelaten. Dat de kerk heel wat meer lijden over het volk Israël gebracht heeft dan heerlijkheid. Maar het visioen waar de profeten van getuigden, is geen verre toekomstmuziek. Die toekomst kan vandaag beginnen. Er is maar één ding voor nodig: omkeer van heidenen!