CIDI

Centrum Informatie en Documentatie Israel, werd in 1974 opgericht om op te komen voor het recht van Israel en het Joodse volk in vrede en veiligheid te leven. De stichting is gevestigd in Den Haag en houdt zich bezig met voorlichtingsbijeenkomsten, discussies, publicaties en het benaderen van politici en media. CIDI pleit voor een door de Arabieren erkend Israel en voor een onafhankelijke, levensvatbare Palestijnse staat. De organisatie heeft een belangrijke rol gespeeld in een verbod van de ‘niet-Jood’ verklaringen door Nederlandse bedrijven, het aanscherpen van het Nederlandse antiracisme beleid en de restitutie van gestolen joodse oorlogstegoeden. Sinds 1980 is drs. Ronny Naftaniel directeur. De organisatie is lid van het Centraal Joods Overleg en het Overlegorgaan van Joden en Christenen. Sinds 2000 heeft CIDI een zelfstandige jongeren organisatie CiJO. De organisatie verzorgt academische colleges over de buitenlandse politiek van Israel, registreert antisemitische incidenten in Nederland en geeft een periodiek, de Israel Nieuwsbrief, uit.

Website: www.cidi.nl 

Christenen voor Israël

Stichting Christenen voor Israël werd in 1979 door Karel R. van Oordt opgericht. Begin 1980 richtte hij ook het Israël Producten Centrum op. De doelstelling van de stichting is: ‘Christenen op grond van de bijbel bewustmaken van de betekenis van het joodse volk in Gods handelen met deze wereld.’ Daartoe wordt informatie gegeven over volk, land en staat van Israël en worden christenen opgeroepen tot solidariteit met Israël. Er wordt nadruk gelegd op de actualiteit van de bijbelse profetieën ten aanzien van de hedendaagse staat Israël. Bestrijding van antisemitisme, alsmede praktische steun aan Israël staan centraal. Jaarlijks worden vele reizen naar Israël georganiseerd. Uitgaven zijn de maandkrant Israël Aktueel met nieuws en achtergronden over Israël, het blad Profetisch Perspectief; en het theologische tijdschrift Israël en de Kerk. De stichting is werkzaam in Nederland, België, Duitsland, Groot-Brittanië, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook is er een vestiging in Jeruzalem. Internationaal wordt de kwartaalkrant Christians for Israel International uitgegeven.
Lit.: Am Jisrael chai! Israël leeft. 25 jaar Christenen voor Israël, Nijkerk 2004.

Israëlzondag

Kort na de Tweede Wereldoorlog is in de Nederlandse Hervormde Kerk een jaarlijkse Israëlzondag ingesteld. Op 20 mei 1949 voldeed de Hervormde synode aan het verzoek van de Raad van Kerk en Israël om ‘een  bepaalde Zondag, de Zondag voor de Grote Verzoendag bij voorkeur, te bestemmen voor opwekking van liefde voor Israël. Op die Zondag kome in de prediking uit, wat de plaats en de toekomst van het Joodse volk is in de heilsgang van het Koninkrijk Gods. De dienst drage in hoge mate het karakter van ene gebedsure’. In 1950 is het besluit in die zin gewijzigd, dat voortaan de Israël-zondag op de eerste zondag van oktober gehouden wordt. Pas op de synode van Dokkum 1983/1984 sloten de Gereformeerde Kerken zich bij deze traditie aan. In de Protestantse kerk in Nederland geeft de jaarlijkse Israël-zondag vorm aan datgene wat in art. I, 8 van de Kerkorde staat: ‘De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.’ 

Lit: H. Vreekamp, Zonder Israël niet volgroeid. Visie op de verhouding tussen kerk en joodse volk van hervormde zijde (Kampen 1988).

Prof. dr. Simon Schoon, wijkpredikant in Gouda en bijzonder hoogleraar voor de Verhouding Jodendom-Christendom aan de Theologische Universiteit in Kampen.

OJEC

Het Overlegorgaan van Joden en Christenen in Nederland (afkorting: OJEC) is in 1981 opgericht. Oprichters en eerste voorzitters waren dr. S. Schoon en rabbijn H. Rodrigues Pereira. Het bestuur van het OJEC bestaat uit afgevaardigden van de volgende instanties: Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, Portugees Israëlitisch Kerkgenootschap, Verbond van Liberaal-Religieuze Joden, Centrum voor Informatie en Documentatie Israël, B. Folkertsma Stichting voor Talmudica, de Vereniging van Nes Ammimers; de Kerk-en-Israël-organen van: de Rooms-Katholieke Kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken, de Christelijke Gereformeerde Kerken, en wisselend van enkele kleinere kerken. Volgens de statuten vindt het overleg in het OJEC plaats ‘zonder enig missionair oogmerk’. De eerste tien stormachtige jaren van zijn bestaan heeft het OJEC de weg gebaand naar een vernieuwde verhouding van joden en christenen in Nederland, met name door publicaties en open avonden. Het OJEC was in die jaren intens betrokken bij de discussies over de vestiging van een klooster op het terrein van het voormalig concentratiekamp Auschwitz, over de contacten van de Nederlandse Raad van Kerken met de PLO, en over de wijziging van de paragraaf over ‘jodenzending’ in de kerkorden van diverse protestantse kerken. 

Lit: S. Schoon, ‘Tien jaar Ojec’, in: T. Benima (red.), Bedreiging of verrijking? De ontmoeting tussen joden en christenen in Europa en Israël, Ojec-serie 10 (Kampen 1992).

Leerhuis

In de twintiger jaren van de 20e eeuw stichtte de joodse filosoof Franz Rosenzweig in Frankfurt das freie Jüdische Lehrhaus. Hij propageerde ‘een nieuw ‘Lernen’, dat het joodse denken in verbinding moest brengen met de veranderde situatie. In Nederland zocht men na de Tweede Wereldoorlog aansluiting bij deze traditie. In 1966 ontstonden er leerhuizen in Amsterdam en Arnhem, waarna andere plaatsen volgden. Enkele voorlopers waren rabbijn Jacob Soetendorp, prof. Cees Rijk, en ds. Kleis Kroon. Sprekers waren voornamelijk joden, terwijl de deelnemers vooral christenen waren. Er werd aansluiting gezocht bij het joodse Beth ha-Midrasj (‘huis van onderzoek’), dat sinds de 2e eeuw n.Chr. als een soort ‘wetswinkel’ een centrale plaats heeft ingenomen in het jodendom. Het is een minimum vereiste voor een modern leerhuis, dat men zich verdiept in de joodse traditie. Maar in de concrete vormgeving van een leerhuis gaan de wegen uiteen. Sommige leerhuizen verdiepen zich alleen in de joodse traditie, andere willen dat ook christelijke vragen, zoals de betekenis van het jood-zijn van Jezus, in het leerhuis aan de orde komen.

Lit.: I.B.H. Abram e.a., Beth ha-Midrasj/Leerhuis. Ervaringen van joden en christenen, Ojec-serie 1 (Kampen 1983).

 Messiasbelijdende joden

Joden die zijn overgegaan tot het christelijk geloof, noemden zich in het verleden ‘jodenchristenen’ of ‘Hebreeuwse christenen’, maar geven in de moderne tijd veelal de voorkeur aan de benaming ‘Messiasbelijdende joden’. Met deze naam willen ze te kennen geven dat ze niet zijn in te delen bij het historische christendom maar een aparte positie innemen. Met deze keuze ervaren zij zowel van joodse als van christelijke zijde onbegrip.  In het jodendom worden zij beschouwd als ‘overlopers’ en in verband gebracht met de verafschuwde ‘jodenzending’. Binnen het christendom wordt hun plaats vaak niet erkend en worden zij geconfronteerd met anti-judaïsme. In Nederland zijn ze georganiseerd in de Vereniging HaDerech (‘de Weg’) en in een messiasbelijdende synagoge in Amsterdam. In Amerika zijn de Jews for Jesus, de Messianic Jewish Alliance, en de International Board of Jewish Missions actieve organisaties. Sommige auteurs schatten hun aantal op 150.000 tot  200.000, maar door anderen wordt deze schatting fel bestreden. 

Lit.: E. v.d. Poll, De messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen (Putten 2001); C. den Boer e.a. (red.), Messiasbelijdende joden, vroeger en nu (’s-Gravenhage 1989).

Personalia

Prof.dr. Simon Schoon is wijkpredikant te Gouda en bijzonder hoogleraar voor de Verhouding Jodendom-Christendom aan de Theologische Universiteit in Kampen.