Geza Vermes, Ieder zijn eigen Jezus, Ten Have Baarn 2002, 336 pag., € 24,90.
ISBN 90 259 5306 9   [in Interpretatie]

In zijn nieuwste boek vat de joodse bijbelgeleerde Geza Vermes, emeritus hoogleraar van de universiteit van Oxford, zijn gedachten samen over de persoon van Jezus. Tegelijkertijd maakt hij zijn bevindingen toegankelijk voor een breder publiek en populariseert hij zijn eerdere publicaties over Jezus, die verschenen zijn tussen 1973 en 1993, Jesus the Jew, Jesus and the World of Judaism en The Religion of Jesus the Jew. Nieuw is dat hij nu begint bij het evangelie van Johannes en de brieven van Paulus. Als historicus wil hij Jezus beschrijven als Jood in de context van zijn tijd, een Jood in Galilea die Aramees spreekt, die alleen te begrijpen is tegen de achtergrond van het Oude Testament en de joodse geschriften uit de intertestamentaire periode. Volgens hem kan Jezus ook niet verstaan worden zonder kennis te nemen van de geschriften van Qumran, van de filosoof Philo en van de geschiedschrijver Flavius Josephus. Wanneer Vermes in zijn boek begint bij de hoge christologie van Johannes, vervolgens de visie van Paulus op kruis en opstanding van Jezus Christus bespreekt, om dan via de brief aan de Hebreeën en het boek Handelingen tenslotte uit te komen bij de synoptische evangeliën, en om daarna nog als toegift een schets te geven van de werkelijke ‘historische Jezus’, geeft hij in zekere zin ook de ontwikkeling weer van zijn eigen levensverhaal. In het Ten Geleide op zijn boek van de hand van C. den Heyer kunnen we lezen, dat hij door de beslissing van zijn ouders in 1931 op zevenjarige leeftijd katholiek werd. Als geleerde die reeds grote faam verworven had door zijn kennis van de Dode-Zeerollen, verliet hij in 1970 de kerk en sloot zich aan bij de liberale synagoge in Londen. De lijn van zijn boek geeft hij zelf aan met het volgende beeld: Van de Mount Everest van het evangelie van Johannes en de hoge pieken van Paulus gaat de afdaling naar de joodse Jezus van Galilea in de vlakten van het boek Handelingen en de synoptische evangeliën. Vermes heeft het ‘vage gezicht’ van Jezus herkend in charismatische wonderdoeners van de eerste eeuw in Galilea als Honi, Hilkia en Hanina. Maar volgens hem overtrof Jezus die alle ‘in de diepte van zijn inzicht en de grootsheid van zijn karakter’ en stak hij met kop en schouders boven hen uit. Hij werd gekruisigd vanwege een opstootje in de tempel op het Paschafeest. Hij stond alleen op in de harten van zijn discipelen die hem hadden liefgehad, waardoor deze een bijzondere metamorfose ondergingen. Het buitenbeentje onder de apostelen Paulus interpreteerde de dood van Jezus als verzoening aan de hand van midrasjiem over de actieve rol van Isaäk in het Akedah-verhaal van Genesis 22. Het evangelie van Johannes met zijn opvatting over de bloeddorstigheid van ‘de Joden’ ziet Vermes het allerverst verwijderd staan van de Galilese joodse leraar Jezus. Een boeiend boek van de hand van één van de grootste kenners van het vroege jodendom en christendom, en een uitdagend boek voor de joods-christelijke dialoog. De oorspronkelijke Engelse titel The Changing Faces in Jesus is in de Nederlandse vertaling te populair geworden.

Simon Schoon