ONDER DE VLEUGELS VAN DE GOD VAN ISRAEL
Het verhaal van Ruth wordt op het Wekenfeest in de synagoge gelezen. Het Wekenfeest (Shawoeot in het Hebreeuws) wordt gevierd op de vijftigste dag na het joodse Paasfeest (Pesach), het feest van de ongezuurde broden. Ruth is de heldin in dit verhaal, een vrouw uit Moab, afkomstig uit een heidens land. Zij laat haar schoonmoeder Naomi niet in de steek, wanneer die terugkeert uit Moab naar het land Israël. Zij is een fiere vrouw, een vrouw die haar lot in eigen hand neemt. In de joodse traditie werd zij later het grote voorbeeld voor allen die zich vanuit de volken aansloten bij het volk Israël. Proselieten werden deze ex‑heidenen genoemd. Zij wilden zoals Ruth schuilen `onder de vleugels van de God van Israël'. Dat werd een gevleugeld woord in de joodse traditie. Precies zoals Ruth voelden deze proselieten zich aangetrokken tot de leefregels van de Tora, de bewegwijzering van God voor het leven. Zij volgden in het voetspoor van Ruth en spraken haar belijdenis uit: `Uw volk is mijn volk, Uw God is mijn God'.
Wekenfeest
Op het joodse Paasfeest wordt het begin van de liefdesgeschiedenis tussen God en Israël gevierd, het feest van de bevrijding uit de slavernij van Egypte. Na zeven maal zeven dagen wordt op de vijftigste dag de verbondssluiting bij de berg Sinaï herdacht, de bevestiging van het verbond of de voltrekking van het huwelijk tussen God en Israël. Dat feest heet Wekenfeest en is één van de drie pelgrimsfeesten van Israël. Die pelgrimsfeesten van Israël hebben oorspronkelijk met de natuur en de landbouw te maken. Toen Israël in Kanaän aankwam, trof het deze feesten al aan. Maar langzamerhand zijn de feesten meer op de heilsdaden van God betrokken. Dat was een protest tegen de vergoddelijking van het natuurgebeuren. Niet de natuur moest vereerd worden maar God als de Schepper en Bevrijder. Zo kwam op het Wekenfeest de gedachtenis van de sluiting van het verbond bij de berg Sinaï centraal te staan. Het geschenk van de Tora werd gezien als de bevestiging van Gods liefde voor Israël. Het verhaal van Ruth paste daar heel goed bij. Zij was immers het toonbeeld van liefde voor de Tora. In het verhaal van Ruth komt de verbondenheid met de landbouw tot uiting. Het gaat over een idylle in de tijd tussen Pasen en Wekenfeest, een romance in de vijftig dagen van de gerste‑ en tarweoogst. Maar nog meer dan de verbinding met de landbouw herkende men in het verhaal de toewijding aan de leefregels van de Tora. Door deze regels in acht te nemen bloeide de romance tussen Boaz en Ruth op.
Pinksteren
Volgens Handelingen 2 vond de uitstorting van de Heilige Geest plaats op het joodse Wekenfeest, op de vijftigste dag na de opstanding van Jezus. `Toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen', vermeldt de schrijver Lucas. Die vermelding is maar niet toevallig. Op die bijzondere dag in Jeruzalem ervoeren de leerlingen en vrienden van Jezus een vernieuwing van het verbond van God. Uit alle landen van de toenmalige wereld waren joden en proselieten naar Jeruzalem gekomen om het pelgrimsfeest Shawoeot mee te beleven. In die tijd werd het Wekenfeest reeds gezien als een jaarlijkse vernieuwing van het verbond. Het joodse geschrift Jubileeën uit de 2e eeuw voor Christus vermeldt het Wekenfeest reeds als zodanig. In Jeruzalem beleefden de leerlingen van Jezus een bijzondere verbondsvernieuwing, een verbreding en verdieping van het verbond. De tekenen verwezen naar het gebeuren lang geleden op de Sinaï. Daar was God neergedaald in storm en vuur om zijn Tora aan Israël te schenken. Nu waren er opnieuw die tekenen van wind en vuur en gingen de eerste christenen op bijzondere wijze de Tora van de Sinaï praktizeren. In Handelingen wordt er de nadruk op gelegd dat er in de jonge gemeente een nieuwe verdeling van het bezit plaatsvond en dat de armen recht werd gedaan. Zoals in het boek Ruth de armen mogen delen in de opbrengst van de oogst, zo wordt in het boek Handelingen duidelijk dat aan de armen in de gemeente gerechtigheid moet gedaan worden.
Een vernieuwd verbond
Vaak heeft de kerk het Pinksterfeest voorgesteld als de vervanging van het verbond van God met Israël door een nieuw verbond. De kerk zou nu de plaats van Israël hebben ingenomen. Er zou een nieuw verbond in de plaats gekomen zijn van het oude verbond. Deze leer van de kerk heeft veel leed over het joodse volk gebracht. Er zijn vele joodse slachtoffers gevallen in de loop van de geschiedenis door de handen van christelijke beulen. Na Auschwitz is het de hoogste tijd dat de kerk anders over het joodse volk leert spreken. In de bijbel is het niet zozeer de vraag of Israël wel bij God hoort maar is het een levensgroot problemen hoe heidense volken thuis kunnen horen bij de God van Israël. Gelukkig is er dan dat geschrift over die unieke vrouw Ruth uit het heidense Moab. Zij kwam schuilen bij de God van Israël. Met ere wordt zij vermeld in het geslachtsregister van Jezus. We mogen haar in onze verbeelding zien staan onder de proselieten op het Pinksterfeest in Jeruzalem. Zij hoorden ieder in hun eigen taal de verhalen over de grote daden van God. Dat was een verwijzing naar het vernieuwde verbond, een verbreding van het verbond waarbij ook de volken gaan toestromen tot het heil van de God van Israël. Er is een oud rabbijns verhaal dat toen Gods stem klonk op de Sinaï deze zich verdeelde in zeventig stemmen, dat wil zeggen in zeventig talen. Met andere woorden de Tora werd gegeven in alle talen van de wereld zodat iedereen het kon horen. Er is een verwantschap met het verhaal van het Pinksterfeest in Jeruzalem: De Geest spreekt in alle talen over de grote daden van God.
Licht voor de volken
Op het Wekenfeest wordt in joodse kring het verhaal van Ruth verteld. Ruth staat model voor al die mensen uit de volken die zich aangetrokken weten door de God van Israël. Ruth kwam niet alleen tot de belijdenis `Uw God is mijn God' maar zei allereerst `Uw volk is mijn volk'. De christelijke kerk heeft zich al te vaak in heidense hoogmoed gekeerd tegen het volk van Jezus. Het licht dat opging voor de volken betekende veelal duisternis voor het joodse volk. In onze tijd is de kerk over heel de wereld op zoek naar een nieuwe relatie tot het joodse volk. Niets minder dan omkeer is daarvoor nodig. Ruth kan christenen daarbij als voorvrouw hun juiste plaats wijzen. Ze zijn van ver af dichtbij gekomen door die éne jood uit Nazaret. Door Hem worden ze ingelijfd bij het volk van God. Ze mogen door de Geest van Pinksteren `Abba' (Vader) zeggen tegen de God van Israël. Net als Ruth mogen ze schuilen onder de vleugels van de God van Israël.
