Sjabbat – een boek om te ler(n)en voor wie?

Dodo J. van Uden, Henk Scholder, Niek de Wilde: Sjabbat, een dag apart. Verkenning van de Tien Woorden in de joodse traditie, Deel 2, Eburon, Delft, 2002, 360 pag., €…..
ISBN 90 5166 894 5   [ in Interpretatie]

Uit de kring van de Stichting LEV (Leren en Vernieuwen) is een tweede boek verschenen over de Tien Woorden, volledig gewijd aan de Sjabbat. Aanbevolen wordt om niet allereerst individueel maar bij voorkeur in kleinere groepen dit boek te bestuderen. Om die manier van leren te stimuleren is een leerwijzer aan het boek toegevoegd, met teksten, vragen, en instructies, die het voor groepen mogelijk moet maken om met de stof van dit boek aan de slag te gaan. Daar hoeft dan geen deskundige informant of leraar bij betrokken te worden. Dat scheelt niet alleen een honorarium voor een spreker, maar bevordert vooral de zelfwerkzaamheid van een groep en verlost het leerhuis-publiek van een passieve luisterhouding. De leerwijzer neemt een aanzienlijk deel van het boek in beslag (pag. 267-324). Verder is nog toegevoegd: een bibliografie; een beschrijving van bronnen, commentaren en schrijvers; een register met tekstverwijzingen; een beknopt zakenregister; een verklarende woordenlijst; en een uitleg van de bedoeling van de LEV-cahiers (pag. 325-360). Dit alles maakt het boek zeer geschikt als naslagwerk en als hulpmiddel voor leergesprekken in groepen.
Het eerste en grootste deel van het boek behandelt de sjabbat in de joodse traditie, achtereenvolgens in de Tora, in de midrasj, in de gebeden, en in de halacha. In een afzonderlijk hoofdstuk wordt ingegaan op ‘de sjabbat als messiaans model’. Een schat aan informatie wordt geboden, waarbij de veelkleurigheid van de joodse traditie wordt belicht. Telkens weer wordt er op gewezen, dat in de joodse traditie verschillende interpretaties naast elkaar kunnen blijven bestaan. Via de leerwijzer wordt de lezer op weg geholpen om met al het geboden materiaal tot eigen denken en doen te komen.
Toch wil ik juist bij deze laatst genoemde bezigheid een aantal vragen stellen, geboren uit meer dan 25 jaar leerhuis-ervaring. Verreweg de meeste bij leerhuizen betrokkenen in Nederland zijn christenen of mensen van christelijke komaf, en niet alleen Noachieden die zich uitsluitend aan de joodse traditie willen oriënteren. Hoe kan hun eigen identiteit mede ter sprake komen bij deze materie? Natuurlijk heeft de christelijke identiteit te maken met de joodse traditie vanwege de oorsprong van het christelijk geloof. Maar daar is niet alles mee gezegd. Christenen vieren bijvoorbeeld niet de sjabbat maar de zondag, tenzij ze zevendedags-adventisten zijn. Velen van hen weten niet zo goed meer wat ze met die zondag aan moeten, en zoeken naar nieuwe oriëntatie. Juist dat zou in een leerhuis ter spraken moeten komen, waar – in de termen van Franz Rosenzweig – het gehele gewone leven wordt binnengebracht. In die zoektocht naar een nieuwe vormgeving van de zondag zouden christenen bij dit nieuw verschenen boek kunnen uitkomen. Hoewel er 80 bladzijden gewijd worden aan ‘de sjabbat in het Nieuwe Testament’, wat vervolgens beperkt wordt tot de drie synoptische evangeliën, komt de christelijke traditie in het geheel niet aan bod.
Misschien is het niet juist de genoemde oriëntatie van een boek te verwachten, dat volgens de ondertitel over ‘de Tien Woorden in de joodse traditie’ handelt. Of wordt die verwachting toch gewekt door het boek zelf? Waarom gaan de auteurs anders zo uitvoerig op de evangeliën in? Die evangeliën zijn weliswaar niet te verstaan zonder de joodse traditie maar behoren als ‘tendens-geschriften’ toch niet tot die traditie? Wat zou een groep van (ex)-christenen nu kunnen leren uit het hoofdstuk over ‘de sjabbat in het Nieuwe Testament’ in het hier besproken boek? In elk geval moet genoemd worden, dat dit hoofdstuk zeer verhelderend is voor ieder die nog mocht denken dat Jezus de sjabbat heeft afgeschaft, of die nog de neiging zou hebben sommige passages over de sjabbat in de evangeliën anti-judaïstisch uit te leggen. Terzijde zij in dit verband gewezen op een grondige Duitse dissertatie over de sjabbat (Lutz Doering, Sabbathalacha und –praxis im antiken Judentum und Urchristentum, Mohr Siebeck, Tübingen 1999), een studie die duidelijk maakt, dat over de exegese van de sjabbat-teksten in de synoptische evangeliën nog niet het laatste woord is gesproken. De situatie van de vroeg-christelijke gemeente wordt onmiskenbaar weerspiegeld in de evangeliën.
Opvallend in het LEV-boek is, dat in het eerste deel over de joodse traditie over het algemeen niet tekst- en historisch-kritisch wordt omgegaan met teksten en in het deel over het Nieuwe Testament wel. Vanwaar deze discrepantie, die in een dialoogsituatie tot veel misverstanden aanleiding kan geven? Alle  bovenstaande vragen zijn slechts bedoeld om een gesprek te bevorderen over de mogelijkheid en haalbaarheid van een leerhuis-achtige situatie, waarin de christelijke traditie ook voluit ter sprake gebracht zou kunnen worden. Mijn vragen komen niet in mindering op de grote waardering voor het sjabbat-boek en het vele waardevolle materiaal dat daarin geboden wordt.                                                                                                                                        Simon Schoon