SIDRA VAN DE LEEK
Nog maar net teruggekeerd als voortrekker van een reisgroep door Israël zet ik me aan deze sidra van de leek. Ik ben nog niet echt geland in de regen van Nederland. De emotionele gebeurtenissen in Israël, die elkaar in snel tempo opvolgden en afwisselden, spelen nog dagelijks door mijn hoofd: de moord op de gekidnapte militair Waxman, de aanslag in Tel Aviv, de vrede met Jordanië. We trokken met veertig mensen op leertocht door Israël, begeleid door Yechezkel Landau, sinds mijn verblijf in Nes Ammim in Israël al meer dan 15 jaar een dialoogpartner en vriend. Twee uur na de verschrikkelijke aanslag op de bus in Tel Aviv stond op ons program een bezoek aan een islamitische theologische opleiding in Baka al‑Gharbiya. Deze opleiding, enig in zijn soort in Israël, is gestempeld door de mystieke Soefi‑beweging binnen de Islam. Aan het begin van zijn toespraak distancieerde de directeur zich in de meest scherpe bewoordingen van de Hamas‑beweging. Opnieuw bleek ons, dat je heel verschillend kunt omgaan met een zelfde religieuze traditie. Dat is in het jodendom en christendom niet anders. Religieuze teksten kunnen voor heilige en onheilige doeleinden gebruikt worden. Voor geweld én voor vrede.
De grote uitdaging voor joden, christenen en moslims ligt in het interpreteren van hun heilige teksten. We probeerden op onze leertocht in Israël het boek Genesis te lezen met het oog op vrede tussen joden en palestijnen, maar ook met het het oog op verzoening tussen joden en christenen. Yechezkel Landau was daarbij onze leraar en gids. We speurden naar verbanden tussen de schokkende politieke gebeurtenissen, de plaatsen die we bezochten en de teksten die we lazen. Oude plaatsnamen, ook in de sidra van deze week genoemd, doken op in de aktualiteit, plaatsen als Betel bijvoorbeeld (Gen.35:16). Yechezkel vroeg zich hardop af, of de kolonisten van Betel de tekst van Beresjiet terecht gebruiken om hun claim op het `gehele land Israël' te laten gelden. En het graf van Rachel bij Betlehem (Gen.35:19) wierp de vraag op: Hoeveel tranen zijn er niet vergoten in het `heilige' land Israël, alle eeuwen door ontheiligd door geweld en terreur? Steeds scherper werd voor ons de centrale vraag: Is Genesis te lezen als een boek van hoop met het oog op het heden?
Tussen alle tegenstellingen door horen we in Genesis ook, dat de broers Isaak en Ismael samen vader Abraham begraven en dat Jakob en Ezau samen vader Isaak ten grave dragen. Het verhaal van de sidra over Jacob en Ezau is meestal gelezen als een voorafschaduwing van de eeuwige tegenstelling tussen de afstammelingen van Jacob en Ezau. Maar het kan ook heel anders verstaan worden, als het verhaal van de worsteling in de nacht om elkaar tenslotte in het morgenlicht in de armen te vallen. Het is te begrijpen, dat in de joodse traditie in de middeleeuwen Ezau/Edom werd vereenzelvigd met Rome en de kerk. Niets dan leed immers hadden de joden ervaren van de kant van de christenen! Maar zouden we vandaag het verhaal van Jacob en Ezau met andere ogen kunnen lezen? In de nacht worstelde Jacob aan de Jabbok, zegt het verhaal, met een mysterieuze gestalte. Met de vorst van Ezau, zegt de joodse traditie. Maar de zon ging over hem op na de nacht en er werden tranen vergoten toen de beide broers elkaar in de armen vielen. Huilden ze, omdat Ezau zijn tanden stuk beet op de keihard geworden nek van Jacob, zoals een joodse traditie zegt? Of waren het tranen van vreugde en herkenning? Misschien is de tijd nog niet rijp voor deze tranen tussen joden en christenen? Maar het bewogen verhaal van Jacob en Ezau blijft een wenkend perspectief. Op reis in Israël, in een intense wederkerige dialoog met Yechezkel Landau, hebben wij iets van de ontroering van dat verhaal beleefd.
