PALESTIJNSE BEVRIJDINGSTHEOLOGIE: EEN BASIS VOOR DIALOOG

                                        Simon Schoon

Dr.Naim Stifan Ateek is een Palestijnse Israëli, die als eerste een Palestijnse bevrijdingstheolo­gie heeft gepresenteerd in een boek, dat onlangs onder de titel Recht en gerechtigheid (Meine­ma, 's‑Gravenhage) in het Nederlands is verschenen. Ondanks uitgesproken bezwaren tegen een aantal theologische uitgangspunten van de auteur kan dit boek toch als basis dienen voor een Joods‑Palestijnse dialoog en voor een Joods‑christelijke dialoog. In Israël is die dialoog al volop aan de gang. Daarvan getuigt een ander boek, waarvan dr.G.H.Cohen Stuart de redac­teur is: Een bevrijdend woord uit Jeruzalem? In gesprek met Joodse en Palestijnse bevrijdings­theologie (Boekencentrum, 's‑Gravenhage). Op de Israël‑zondag, waarin het verhaal van de wijngaard van Naboth aan de orde gesteld wordt (1 Kon.21) kunnen Joodse en Palestijnse stemmen over dit hoofdstuk niet buiten beschouwing blijven.

Levensverhaal

De theologie van Ateek is mede bepaald door zijn levensloop, die hij in zijn  boek weerfgeeft. In 1948 was hij 11 jaar toen hij met zijn familie uit Beisan (nu Beit Shean) werd verjaagd. Zij werden gedwongen in autobussen plaats te nemen. De moslims werden over de grens gezet, terwijl de christenen vlakbij Nazareth gedropt en aan hun lot overgelaten werden. Ze waren alles kwijt behalve hun handbagage en mochten niet meer naar Beisan terug. Later ging Ateek theologie studeren en werd Anglicaans predikant. Van 1972 tot 1985 was hij werkzaam in Haifa. In die tijd heb ik hem leren kennen en onderhield vanuit Nes Ammim regelmatig contact met hem. Sinds 1985 is hij verbonden aan de St.George kathedraal in Jeruzalem. Met zijn boek wil hij niet omzien in verbittering maar een voorstel doen tot verzoening en wederzijdse aanvaarding. De omslag van het Engelstalige boek vertoont vijf kleuren, zowel de kleuren van de Israëlische als die van de Palestijnse vlag.

Palestijns christen

Ateek vertegenwoordigt een zeer kleine kerk van ongeveer 1700 leden, maar hij wil de stem vertolken van de ongeveer 100.000 Arabische christenen in Israël die zijns inziens in het conflict vergeten worden. Hij omschrijft zijn identiteit als bepaald door vier begrippen: Chris­ten, Palestijn, Arabier en Israëli. De verschillende componenten van die identiteit botsen hevig met elkaar in de praktijk van elke dag maar hij wil ze toch bewust alle vier vasthouden. Hij geeft de geschiedenis van de Palestijnen weer als een gang van doffe berusting naar het herwin­nen van hoop en zelfrespect door de intifada. Zijn droom van vrede is dat er naast een staat voor de Joden een staat voor  de Palestijnen zal komen. Hij roept zijn mede‑Palestijnen op om te leren wat de Sjoa voor de Joden heeft betekend. En hij roept de Joodse Israëli's op om te erkennen dat de Palestijnen onrecht is aangedaan.

Theologie

Over de gematigde, politieke inzichten van Ateek kan men van mening verschillen. Politieke dromen en blauwdrukken zijn er legio voor Israël en de Palestijnen. Maar het hart van zijn boek wordt gevormd door zijn theologische stellingname. Hierin wordt ook duidelijk wat hij onder bevrijdingstheologie verstaat. Zijn uitgangspunt is dat Christus het enige ware beeld van God heeft laten zien en dat hij daarom ook de enige norm kan zijn voor het verstaan van de bijbel. Een beroep op de bijbel om daardoor de band tussen land en volk van Israël te bevesti­gen is voor het besef van Ateek een terugval naar een primitief en nationalistisch Godsbeeld. De verhalen van het in zijn ogen `Oude Testament' worden dan ook vanuit de norm van het Nieuwe Testament gefilterd en beoordeeld. Naboth is niet langer de Jood maar de Palestijn, aan wie het land van zijn voorvaderen is ontnomen. Het intern‑joodse profetische protest uit 1 Koningen 21 wordt tegen de staat Israël gekeerd.
Het Jood‑zijn van Jezus raakt bij Ateek totaal op de achtergrond. Jezus is niet zozeer degene die de kerk verbindt met het Joodse volk als wel degene die de radicale scheiding markeert. Hij vormt een instantie tegenover het jodendom, waardoor bepaald kan worden wat normatief is in de bijbel met het oog op vandaag. In zijn benadering worden alle verworvenheden van de Joods‑christelijke ontmoeting van de laatste tientallen jaren aan de kant gezet. In Nederland noemen we sinds Miskotte een dergelijke vorm van theologiseren vervangingstheologie. Er is in deze theologie geen werkelijke ruimte voor de voortgang van het levende jodendom in het verbond met God.    

Dialoog

Ondanks bezwaren tegen het boek is een dialoog met Ateek mogelijk en noodzakelijk. Hij schrijft authentiek en bewogen. Zijn actuele context is de tragedie van zijn volk. Zijn kritische vragen moeten serieus genomen worden. Ook andere theologische benaderingen dan de zijne dienen vaak evenzeer een openlijk of verborgen ideologisch doel. Zo hanteren bijvoorbeeld vele christelijke groepen teksten uit de profetische boeken van de bijbel om daarmee de maxi­male eisen ten aanzien van de grenzen van Israël te ondersteunen.
In Jeruzalem is de dialoog over het boek van Ateek reeds begonnen. In de genoemde bundel gaan een aantal, voornamelijk Joodse, scribenten op de uitdaging in. Bruno Hussar typeert het boek terecht als "moedig en grootmoedig maar aanvechtbaar". Joods particularisme staat niet tegenover de universele droom, zegt rabbijn Lopes Cardozo, maar maakt deze droom eerst mogelijk. En de Jeruzalemse filosoof dr.David Hartman schrijft: "De nachtmerrie van Israël kan alleen worden genezen door stemmen van Palestijnen die klip en klaar zeggen dat ze bereid zijn militaire macht op te geven voor politieke waardigheid. Als ze daartoe bereid zijn, kunnen we zeggen dat er in dit land plaats kan zijn voor ons verhaal en het hunne. We kunnen voor de Palestijnen plaats maken, als ze iedere gedachte opgeven aan ons verdwijnen. Dat is de conditi­o sine qua non voor onze mogelijkheid open te staan voor een Palestijnse nationale entiteit."  Het is duidelijk dat er een gespreksbasis aanwezig is tussen Hartman en Ateek. Hun stellingna­men laten zien dat het gesprek tussen Joden en Palestijnen geen dialoog van doven behoeft te zijn.