Seder 23 april 2005
Enkele gedachten over Exodus 4: 24 - 26De joodse auteur Jonathan Kirsch, Mozes. Een nieuwe visie op de grote bijbelse wetgever en profeet, Haarlem 2002, schrijft over dit bijbelgedeelte:
‘.. de allervreemdste en allerverbijsterende passage uit de hele Hebreeuwse bijbel’.
Tja…., en dan krijg je de opdracht: ‘Verklaar Sjemot 4: 24-26 in de licht van de opdracht aan Mosjé om het Joodse volk uit te leiden’!
Enkele vragen en opinies op een rijtje:
- Nechama Leibowitz behandelt deze passage niet.
- Hoe kan God degene willen doden, die er eindelijk – na veel tegenstribbelen - mee heeft ingestemd om zijn grootse taak te gaan vervullen?
- Wordt hier echt verteld dat een moordaanslag van de almachtige Adonai mislukt door het ingrijpen van een Midjanitische vrouw?
- Wat gebeurde er volgens de tekst? Wie wordt besneden – Mozes, Gersjom, of Eliëzer? Waar raakt Tsippora aan met het besnijdenisbloed? Aan zijn ‘voeten’ of zijn de zo genoemde ‘voeten’ een eufemisme voor zijn geslachtsdeel?
- Prof Grossmann heeft een wilde theorie te berde gebracht: Dit verhaal zou herinneren aan ‘het eerste gebruiksrecht’ van een Kanaänitische godheid in de bruidsnacht. Tsippora zou volgens het oerverhaal achter deze tekst een list bedacht hebben om onder dit ‘recht’ uit te komen. Lijkt me wetenschappelijke onzin.
Volgens een midrasj heeft Jethro met Mozes een afspraak gemaakt over de opvoeding van de kinderen uit zijn gemengde huwelijk: De eerste zal worden besneden, de tweede niet. In de nacht verscheen Satan als een slang (dus niet God!) aan Mozes en verorberde hem tot aan zijn voeten. Tsippora begrijpt wat er aan de hand is, besnijdt bliksemsnel haar zoon en besmeurt Mozes’voeten met het besnijdenisbloed, precies voordat Mozes helemaal opgegeten wordt door de slang. Dan beveelt de Bat Qol uit de hemel: ‘Spuug hem uit!’Eind goed, al goed: God gaat vrijuit, de slang krijgt de schuld, Mozes is bevrijd, Eliëzer is besneden en Tsippora is de heldin. Zijn zal als beloning gereïncarneerd worden in de profetes Debora.
Máár was Mozes zelf wel besneden? Waarschijnlijk niet. De midrasjiem hebben vele oplossingen, zoals:
- misschien werd Mozes besneden bij zijn eigen familie,
- misschien werd hij als Egyptische prins besneden, wat toen gebruikelijk was in Egypte,
- misschien kwam hij wonderbaarlijk besneden ter wereld.
Tsippora zorgde voor een plaatsvervangende besnijdenis via het bloed van haar zoon. Zo werd zij voor de tweede keer met Mozes getrouwd, maar nu als haar ‘bloedbruidegom’.
Conclusie: Opnieuw in Sjemot een vrouw die Mozes redt (evenals ook het geval is in Ex. 1 en 2), die zorgt dat de bevrijding niet stagneert. Tsippora is volgens de midrasj dapperder dan Abraham, omdat zij haar zoon niet wil offeren aan God. Zij verzet zich tegen God’s klaarblijkelijke bedoelingen.
Nu kan Mozes de bevrijding volvoeren, met het verbondsbloed aan zijn voeten. Zo kan Israël als ‘de eerstgeboren zoon’ (staat twee versen eerder vermeld in Ex. 4: 22) bevrijd worden, terwijl de eerstgeborenen van Egypte zullen omkomen.
Simon Schoon
