In de serie LICHT van het Theologisch Festival ‘FEEST’,
15 en 16 april 2004, ThUK
De rol van religie in het Israëlisch-Palestijns conflict
Samenvatting
Na de moord op Rabin in 1995 lijkt de vicieuze cirkel van geweld en contra-geweld tussen Israëli’s en Palestijnen niet meer te doorbreken. Religieuze factoren spelen een doorslaggevende rol in het conflict en werpen olie op het vuur.
‘Heel het Land Israël behoort aan ons en is ons door God gegeven, ’ zeggen vele orthodox-joodse Israëli’s. ‘God/Allah staat aan onze kant’, zeggen Palestijnen, ‘want de bezetting is onrechtmatig’.
Het taalgebruik verraadt ieders politieke positie: Gaat het om ‘Judea en Samaria’ als bevrijde gebieden of om ‘de bezette gebieden’? Elke partij houdt er een eigen mythe, geschiedschrijving en realiteit op na. Compromis lijkt uitgesloten.
Is er vanuit de christelijke theologie enige verheldering mogelijk of dienen wij beschaamd te zwijgen? Kunnen kerken en christenen mogelijk bemiddelen en bruggen slaan?
Enkele accenten
1. Er is geen ‘objectiviteit’ mogelijk in het Israëlisch-Palestijnse conlict. Ook ik pretendeer niet een objectief en wetenschappelijk standpunt in te nemen. Inleiders, die informatie willen geven over dit conflict, zouden eerst moeten vertellen wat hun achtergrond en context is.
Ronde: Hoe ben jij bij dit conflict betrokken?
2. Karen Armstrong, De strijd om God. Een geschiedenis van het fundamentalisme, Amsterdam 2002 (oorspr.: The Battle for God, New York 2000), geeft een goed overzicht van de geschiedenis van het religieuze fundamentalisme aan Israëlisch-Joodse en Palestijns- Islamitische kant. Na 1967 is door de uitkomst van de Zesdaagse Oorlog de ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt. Goesj Emoeniem (‘Het Blok der Getrouwen’) kreeg grote invloed in het religieus-zionistische kamp, dat zijn ideologische elan ontleende aan de leerstellingen van Tswi Jehoeda Kook. Het Palestijnse nationalisme groeide explosief na de oorlog van 1973 en kreeg vooral aanhang in de ‘seculiere’ PLO, terwijl het Islamitische fundamentalisme winst boekte in de Hamas-beweging.
3. Elke partij vertelt haar eigen verhaal en heeft haar eigen mythen. Zowel Joden als Palestijnen zijn getraumatiseerd door hun particuliere lijdensgeschiedenis. Op Jom ha-Sjoa en Jom ha-Zikkaron aan Joods-Israëlische zijde, op De dag van het Land (30 maart) aan Palestijns-Israëlische zijde, en op de gedenkdag van de Nakbah aan Palestijnse zijde in de bezette gebieden worden de doden als martelaren herdacht en beweend. Beide volken vertellen hun geschiedenis vanuit een totaal verschillende invalshoek. De gebruikte namen en woorden verraden onmiddellijk het politieke standpunt van de verteller, ook in de vele varianten binnen het Israëlische en Palestijnse volk.
4. De politieke strijd wordt gevoerd en ondersteund met religieuze leuzen. Seculaire krachten proberen de rol van de religie te minimaliseren, maar de feiten van elke dag weerspreken deze pogingen. Zie een artikel van de orthodox-joodse vredesactivist Yechezkel Landau, Religious Responses to Atrocity.
5. De tegenstellingen zijn in en om Jeruzalem het scherpst en de standpunten lijken totaal onverzoenlijk. Jeruzalem is tegelijk mythe en symbool. Religieuze en politieke explosies rond de Tempelberg zijn aan de orde van de dag. Zelfs de archeologie rond de Tempelberg is gepolitiseerd.
6. Hoe sterk is het messiaanse element aan Joods-Israëlische zijde? Sinds 1948 wordt in de synagogen gebeden voor de Staat Israël als ‘het begin van het ontspruiten van de verlossing’. Een omstreden gebed! Op dit moment lijkt die ‘verlossing’ verder weg dan ooit.
7. In deze workshop onder het motto ‘Licht’ zal het niet meevallen lichtpuntjes te ontdekken in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Sommigen proberen die te zien in de afnemende invloed van het religieus-fundamentalistische zionisme (zie een recent artikel van Shlomo Riskin). Maar in de voortgaande escalatie van wederkerig geweld lijkt de vicieuze cirkel niet te doorbreken. In dat verband kan de Muur gezien worden als een ultieme wanhoopsdaad.
8. Miljoenen christenen steunen onvoorwaardelijk de Staat Israël, in gebeden en financiële bijdragen. Zij zien deze staat als ‘lichtpunt’ van Gods openbaring in de geschiedenis en als belangrijkste opmaat tot de spoedig te verwachten wederkomst van Christus. Voor hen zijn de Joden de onmisbare ‘spelers’ of ‘pionnen’ in Gods eindtijd-plan.
Uiteraard verafschuwen Palestijnse christenen een dergelijke ‘zionistisch-christelijke theologie’ en voelen zich hierdoor verraden door hun ‘mede-christenen’. Zie een bijdrage van de Palestijnse bevrijdingstheoloog Naeem Ateek, ‘Suicide Bombers: What is theologically and morally wrong with suicide bombings? A Palestinian Christian perspective’, Stone Corner (Sabeel Ecumenical Liberation Theology Center) 25 (2002).
9. Zouden kerken en christenen in/uit de westelijke wereld kunnen bijdragen aan pogingen tot gesprek of kunnen zij beter zwijgen? Zouden zij mogelijk kleine stappen van toenadering kunnen bewerkstelligen tussen de fel tegenover elkaar staande partijen?
Enkele voorbeelden, o.a. het project Nes Ammim in Galilea.
10. Hoewel de theologie niet veel aanleiding geeft tot ‘Feest’ in het Midden-Oosten, valt dit perspectief misschien toch enigszins te ontdekken in enkele stellingen, die geformuleerd werden aan het slot van een seminaar van Nederlandse theologen in Jeruzalem in de zomer van 2003:
‘The Israeli-Palestinian conflict urges us to re-read the Scriptures whose narratives we variously share with Jews, other Christians, and Muslims. We are in favour of a hermeneutics of humanity in which there is respect both for human experience with all its contradictions and for the sacred texts as they have come down to us and have been commented on through history’.
En: ‘In this situation, a new significance can be discovered in prayer and liturgy. Prayer and liturgy can both express our “irrevocable link with the people of Israel” and our intention to hear the crying of Palestinians and Jews bereaved of their children and loved ones.’
Simon Schoon
