Workshop in Triosynode, 4 oktober 2002
Lezing:
DE BIJBEL VAN ISRAËL EN DE BIJBEL VAN DE KERK
I. Inleiding
1. Uitersten:
a. Er valt niets te leren. Hoofdlijn van anti-judaïsme in (kerk)geschiedenis.
b. Er valt veel, zo niet alles te leren. Nevenlijn van filosemitisme.
Soms fungeren joden vandaag als ‘goeroe’s’ voor christenen vanwege hun schuldbewustzijn.
Lapide, Mit einem Juden die Bibel lesen; David Flusser
Joodse jaarcyclus volgen? Zie Interpretatie. Süss, 122 e.v.
2. Varianten:
a. Terug naar het oorspronkelijke ‘christendom à la Jezus’ (zo P. van’t Riet, Kampen 2001). (nt: Criterium van Kuitert? Jezus-boek, 145 e.v.) Maar: c’dom is voortgaande religie…
b. Terug naar de ‘God van het Eerste Testament’ (zo U. Kollaard, Amstelveen 2002).
c. ‘Ieder zijn eigen Jezus’, naar het gelijknamige boek van Geza Vermes, Baarn 2002).
3. Spanningsveld:
Een recent voorbeeld in het hierboven aangeduide spanningsveld uit de concrete joods-christelijke dialoog: De door het OJEC aangezwengelde discussie over de klassieke tekst van het ‘Beklag Gods’ in de Proeve van het Dienstboek (1998). De achterliggende vraag in de soms zeer emotionele discussie bleek te zijn: Hoe gaan christenen om met ‘de Schrift(en)’, voor hen het ‘Oude Testament’? Lezen zij ‘in andermans post’? (zo Paul van Buren, rabbijn Tsvi Marx, Gershom Ratheiser ?, joodse ‘annexatie’ van Schr?).
4. Vraag:
Valt er reeds te spreken van een volledig nieuwe situatie na de lange periode van anti-judaïsme en jodenzending? Heeft de joods-christelijke dialoog reeds een nieuw paradigma opgeleverd in het lezen van de Schrift(en)?
Na herontdekking van Miskotte e.a.: hoe verder?
Vervolg:
- Oorsprong
- Uit elkaar gegroeid: Bijbel van Israël en bijbel van de kerk.
- Hoe lezen christenen de bijbel van de kerk (=OT) ook en zelfs primair als de bijbel van Israël?
II. Oorsprong
Zicht op de oorsprong van de verhouding van de kerk jegens het volk Israël en van de tweeërlei lezing van de Schriften .
1. Het oude, veel gebruikte beeld van ‘moeder en kind’ voor de oorsprongsverhouding tussen jodendom en christendom doet geen recht aan de complexe historische gang van zaken.
Voorb.: J: Heschel (zie in dis van Kemp), Jan Dijk, zie art. Stegemann KuI 2/2001, enz.
2. Een nieuw beeld voldoet beter: het volk Israël als ‘moeder’ bracht een ‘tweeling’ voort, in dezelfde periode, namelijk het rabbijnse jodendom en het orthodoxe (of: apostolische) christendom (zo met name joodse onderzoekers als David Flusser en Alan Segal, ook Süss 129 ev.; ook Rendtorff, Dohmen: doppelte Nachgeschichte; ? vgl. ook James Dunn, Parting of the Ways). Beeld verheldert historische gang van zaken en verhouding Van groot belang maar voor christenen niet beslissend ten aanzien van theologische visie op verhouding K-I.
3. Beelden hebben invloed op werkelijkheid. De keuze van een bepaald beeld bepaalt de visie op de loop van de geschiedenis en brengt tot verschillende theologische consequenties (Wolfgang Stegemann [vgl. ook art in k. 378, 76-90] tgv. Theissen, par. 12).
Accenten tegen baanbrekende studie van Theissen (vgl. 336 ev): a. Moeder-kind-beeld leidt tot evolutionaire conclusies. b. Antieke jodendom is nog geen ‘religie’ (zie Shaye D. Cohen, Jewishness is nog geen Judaism; studie Boyarin). c. Christendom als ‘geüniversaliseerd jodendom’ wekt indruk alsof jodendom niet universele kant zou hebben. d. Christendom is geen ‘jodendom’ meer.
4. Twee interpretatie-gemeenschappen gaan als dochters van de éne moeder hun eigen weg en bepalen hun eigen canon van de ’Schrift(en)’, Tenach en Oude Testament (vanuit LXX). What is in a name? Veel! Volgorde van betekenis voor inhoud. Zo ontstaat de bijbel van Israël en de bijbel van de kerk, ieder met een eigen vervolgverhaal (Rolf Rendtorff: ‘zweifache Nachgeschichte’). Zie vooral mijn art in FS Den Heyer; dit art zet gedachtengang voort. Zie III.
5. Historische symmetrie in ontstaanstijd sluit theologische asymmetrie niet uit maar in. Klassiek is beeld van ‘edele olijf’ van Paulus in Rom. 11. Vaak rijkelijk vaag over ‘joodse wortels’ van christendom (nt: eigen boekje 1982). Historische beeld geeft correctie en verheldering. Wel raakvlakken, maar geen chr ‘wortels’ van jodendom.
6. Overgang naar III: Nieuw in 20e eeuw na Auschwitz: Kerk neemt voortgaande verkiezing van I serieus. De weg van God met I gaat kerk en christenen aan. Theologische aardverschuiving [paradigma-wisseling? – vraag in Inl], met tot dusver niet doordachte theologische consequenties. Bijv: de wijze waarop jodendom de Schrift leest en verstaat, wordt nog nauwelijks theologisch serieus genomen.
III. Uit elkaar gegroeid: Bijbel van Israël en bijbel van de kerk
1. Na 70 en nog meer na 130: Joden en christenen lezen de Schriften met een verschillende leeswijzer: joden lezen Tenach vanuit de Mondelinge Traditie (Misjna, Talmoed, enz.), christenen lezen het Oude Testament vanuit het Nieuwe Testament. Deze leeswijzer is bij joden voornamelijk halachisch gekleurd, bij christenen voornamelijk dogmatisch.
[Interne discussie bij j en c over accentueringen: Hartman, Heart, 175. Bij j. voorrang van halacha en van mondelinge traditie. Vgl. Hartman-Leibowitz. Vgl. Mq over Leibowitz, chr aansluiting mogelijk? Mq vergelijkt bij chr: Einde tijdperk ingrijpen vd Geest?]
2. Aansl bij II, 4. Verschillende namen voor de Schriften verwijzen naar een verschillende volgorde en daarmee inhoud en daarmee naar een verschillende identiteit. TeNaCh en Oude Testament zijn niet zonder meer verwisselbaar.
Weg van Marcion afgewezen. Maar hoe wel? Dohmen, Hermeneutik, 133ev, 196-199. Grote lijnen, overzicht, 109 ev autoriteit. Grote gevolgen: onteigening, anti-judaïsme, ontkenning van de ander.
3. In concrete gesch niet zo radicaal uiteengegroeid als vaak ideologisch benadrukt.
In zowel afkeer als aantrekkingskracht, in zowel anti-judaïsme als ‘anti-christianisme’ blijft ‘familieverwantschap’ bestaan tussen jodendom en christendom, in wederkerige beïnvloeding (vgl. bijv. M. Hilton, The Christian Effect on Jewish Life, London 1994). Ook filosemitisme in c’dom (hfst 7 in mijn Onop, enz).
4. Aansl bij II, 6. Na Auschwitz zijn christenen geroepen om te leren ‘leven uit de omkeer’ (Marquardt). Dit zal met name moeten betekenen, dat zij de prioriteit erkennen van de lezing van de Schriften als de ‘bijbel van Israël’.
[Zodat bijvoorbeeld Psalm 105 (vers 5 oude berijming, vers 3 nieuwe berijming) nooit meer in eerste instantie met de doop in verband wordt gebracht, en Psalm 118 niet met Pasen, en Psalm 87 en Psalm 122 niet met de kerk.]
4. Kunnen christenen aansluiting zoeken bij de canonieke gestalte van de bijbel van Israël (zo Rolf Rendtorff; aansluitend bij Childs)? Rendtorff, art 137ev, Band1A en Band2C (280 ev). Childs: k. 373 (over Childs: Barr, k. 374, 401, 441 ev), bij Brueggemann art p.105, nt 28. Zenger, k. 232. Vgl. Theissen, 353.
Of erkenning van tweeërlei canon en van tweeërlei lezing van Schr? Spanning niet opheffen!
5. Overgang naar IV: Weg terug? Nee, maar wel : Hoe nu anders? Vgl. Dohmen, 16 ev, naam+betekenis 18-19. ‘Eerste’ en ‘tweede testament’ als namen te gemakkelijke way out.
OT en NT – niet kwalitatieve benamingen.
Centraal: Prioriteit van bijbel van Israël. OT is ‘pre-bijbel’ (Dohmen) voor chr. (zonder dat NT niet te verstaan).
IV. Tweeërlei lezing van de bijbel
Chr zijn geroepen om bijbel op twee wijzen te lezen en spanning uit te houden.
Eerst als bijbel van I, dan als bijbel van de kerk. Niet zo dat het eerste alleen historische interesse is (ook) en de tweede lezing puur theologisch. Ook het eerste is theologisch, op grond van de (nieuwe) erkenning van de theol betekenis van de voortgang van het volk I.
Bijbel van kerk lezen als toe-eigening zonder ont-eigening. [Moeilijk – illustratie: Beklag Gods discussie]. Lange weg en moeizame leerschool. Voor joden doorgaans onacceptabel, trauma’s van verleden spelen rol aan joodse zijde. Het valt christenen over het algemeen zwaar om theologisch te accepteren, dat zij niet de eerste en enige geadresseerden zijn van de Schriften. De ergernis daarover is één van de hardnekkigste wortels van het antisemitisme.
- Lezing als bijbel van Israël.
1. Historisch: Chr leren hoe joden Tenach verstaan en interpreteren.
Zie overzichten bij Dohmen en R. Evers (uittreksel HdeR)
Much closer to the text? Rendtorff, art 145 [?]
2. Theologisch (niet te scheiden van 1, wel te onderscheiden):
Het is voor christenen vanwege de door hen beleden ‘onopgeefbare verbondenheid’ van theologische betekenis te leren hoe joden de Schriften verstaan. Consequentie daarvan is ook dat Judaïca of Judaïstiek een theologisch vak is aan een christelijke theologische opleiding.
3. Wat kunnen chr leren van joodse omgang met de bijbel?
Kunnen joden de Schriften als Tenach lezen? Rol van traditie als leeswijzer?
[In jodendom veelal Mondelinge traditie prioriteit. Verschillen tussen bijv Leibowitz en Wyschogrod. Kriener, art, 41]. 4. Waarschuwing: Geen annexatie van de vreemde ander ‘voor eigen gebruik’: Fasching, Haynes! Geen kopie maken van onszelf. Art Marquardt 265.
4.. Op weg naar een ‘joodse theologie van de Hebreeuwse Bijbel’? (Barr, k.374, 286 ev)
Een vraag die chr niet voor joden kunnen beantwoorden. Aan joodse zijde verschillende reacties. Er zijn pogingen tot…. vgl. Levenson; Goshen-Gottstein k.376; Brettler k.374.
Dit leidt op wetenschappelijk-theol gebied tot toenadering. Vooral Rendtorff, Band2 en art.
Gesprek tussen ‘theologie van Tenach’ en ‘theologie van OT.
Lezing als OT, als bijbel van kerk
1. Herhaling: Prioriteit van A. ‘Gebot der Stunde’ na Auschwitz.
Voor chr geldt: dubbele uitgang betekent: twee-ledige lezing, als bijbel van Israël en als bijbel van de kerk. Hierin erkenning dat er theologische continuïteit is in voortgang van volk Israël. Betekent loslaten van exclusieve chr claim op alleenrecht van OT. Umkehr.
2. Acceptatie van feit dat kerk ‘Zweitadressat’ is (Dohmen).
3. Voor chr staan 2 wijzen van lezen niet los en onverbonden naast elkaar. Interactie. Spanningsvolle verhouding. Vruchtbaarheid van verschil.
4. Bij lezing van OT erkenning van plus van OT (Miskotte) en ‘eigenlijke bijbel’(Van Ruler).
5. NT lezen vanuit OT (bijbel van kerk), van uit ‘israelietisch idioom’ (Mq.: ChrI, 159xx). Het Nieuwe Testament is slechts te verstaan vanuit het taaleigen en de leefwereld van de Schriften van Israël. Wanneer het jood-zijn van Jezus niet de basis vormt de christologie – welke dan ook - , wordt deze docetisch of gnostisch.
[Hoe lazen j chr of chr j de Schrift? Vgl. art seminaar van P. Tomson].
Verder: vroeg art van Martin J. Mulder, art. in FS Dineke Houtman/Staalduine,
art van Marquardt, k. 361b, 257 ev, 266 ev, 271 ev.
? 6. Naast voortzetting van autoritatieve (confessionele) leeswijzen, in beide interpretatie-gemeenschappen, ook bevrijding van teksten in (post)moderne tijd: art Frymer-Kensky, 114 ev Aard van tekst, 117: Multivocality.
Mogelijkheden van gesprek tussen j en c. Voorb: feminisme. Vele genitief-theologieën.
Ook Brueggemann, 107.
C. Dialoog
1. Het is een bijzondere ontwikkeling dat joden en christenen na Auschwitz gezamenlijk de Schriften kunnen bestuderen, zowel in het leerhuis als aan de universiteit. Zie A5: Er is een beginnend gesprek tussen een christelijke bijbelse theologie van het Oude Testament en een joodse theologie van Tenach (Rolf Rendtorff, Jon Levenson, M.H. Goshen-Gottstein).
2. De joods-christelijke dialoog staat nog in de kinderschoenen maar is veelbelovend. Zie bijv. de bundel Frymer-Kensky e.a. (eds.), Christianity in Jewish Terms, Boulder/Oxford 2000. Gesprek tussen faith communities. Groei naar meer wederkerigheid.
SYLLABUS
Workshop 4 oktober 2002
‘Waarom, wat en hoe kunnen christenen leren van de joodse omgang met de bijbel?
I. Inleiding
1. Uitersten:
a. Er valt niets te leren. Hoofdlijn van anti-judaïsme in (kerk)geschiedenis.
b. Er valt veel, zo niet alles te leren. Nevenlijn van filosemitisme.
Soms fungeren joden vandaag als ‘goeroe’s’ voor christenen vanwege hun schuldbewustzijn.
2. Varianten:
a. Terug naar het oorspronkelijke ‘christendom à la Jezus’ (zo P. van’t Riet, Kampen 2001).
b. Terug naar de ‘God van het Eerste Testament’ (zo U. Kollaard, Amstelveen 2002).
c. ‘Ieder zijn eigen Jezus’, naar het gelijknamige boek van Geza Vermes, Baarn 2002).
3. Spanningsveld:
Een recent voorbeeld in het hierboven aangeduide spanningsveld uit de concrete joods-christelijke dialoog: De door het OJEC aangezwengelde discussie over de klassieke tekst van het ‘Beklag Gods’ in de Proeve van het Dienstboek (1998). De achterliggende vraag in de soms zeer emotionele discussie bleek te zijn: Hoe gaan christenen om met ‘de Schrift(en)’, voor hen het ‘Oude Testament’? Lezen zij ‘in andermans post’? (zo Paul van Buren, rabbijn Tsvi Marx).
4. Vraag:
Valt er reeds te spreken van een volledig nieuwe situatie na de lange periode van anti-judaïsme en jodenzending? Heeft de joods-christelijke dialoog reeds een nieuw paradigma opgeleverd in het lezen van de Schrift(en)?
II. Waarom?
Waarom zouden christenen moeten/kunnen leren van de joodse omgang met de bijbel?
Vragen in verband met de oorsprong van de verhouding van de kerk jegens het volk Israël.
1. Het oude, veel gebruikte beeld van ‘moeder en kind’ voor de oorsprongsverhouding tussen jodendom en christendom doet geen recht aan de complexe historische gang van zaken.
2. Een nieuw beeld voldoet beter: het volk Israël als ‘moeder’ bracht een ‘tweeling’ voort, namelijk het rabbijnse jodendom en het orthodoxe (of: apostolische) christendom (zo met name joodse onderzoekers als David Flusser en Alan Segal).
3. De keuze van een bepaald beeld bepaalt de visie op de loop van de geschiedenis en brengt verregaande theologische consequenties met zich mee (Wolfgang Stegemann).
4. In zowel afkeer als aantrekkingskracht, in zowel anti-judaïsme als ‘anti-christianisme’ blijft ‘familieverwantschap’ bestaan tussen jodendom en christendom, in wederkerige beïnvloeding (vgl. bijv. M. Hilton, The Christian Effect on Jewish Life, London 1994).
5. Twee interpretatie-gemeenschappen bepalen hun eigen canon van de ’Schrift(en)’, Tenach en OudeTestament. What is in a name? Veel! Zo ontstaat de bijbel van Israël en de bijbel van de kerk, ieder met een eigen vervolgverhaal (Rolf Rendtorff: ‘zweifache Nachgeschichte’).
III. Wat?
Wat zouden christenen kunnen leren van de joodse omgang met de bijbel?
Lezen joden en christenen eigenlijk wel dezelfde bijbel?
1. Joden en christenen lezen de Schriften met een verschillende leeswijzer: joden lezen Tenach vanuit de Mondelinge Traditie (Misjna, Talmoed, enz.), christenen lezen het Oude Testament vanuit het Nieuwe Testament. De ‘bril’ bij het lezen is bij joden halacha, bij christenen dogmatiek.
2. Verschillende namen voor de Schriften verwijzen naar een verschillende inhoud en naar een verschillende identiteit. TeNaCh en OudeTestament zijn niet verwisselbaar.
3. Na Auschwitz zijn christenen geroepen om te leren ‘leven uit de omkeer’ (Marquardt). Dit zal met name moeten betekenen, dat zij de prioriteit erkennen van de lezing van de Schriften als de ‘bijbel van Israël’. Zodat bijvoorbeeld Psalm 105 (vers 5 oude berijming, vers 3 nieuwe berijming) nooit meer in eerste instantie met de doop in verband wordt gebracht, en Psalm 118 niet met Pasen, en Psalm 122 niet met de kerk.
4. Zou het ook voor christenen geen voorkeur verdienen om uit te gaan van de canonieke gestalte van de bijbel van Israël ? (zo Rolf Rendtorff)
IV. Hoe?
Hoe zouden christenen kunnen leren van de joodse omgang met de bijbel? Enkele accenten.
1. Het valt christenen over het algemeen zwaar om theologisch te accepteren, dat zij niet de eerste en enige geadresseerden zijn van de Schriften. De ergernis daarover is één van de hardnekkigste wortels van het antisemitisme.
2. Christenen zullen moeten leren het Oude Testament als ‘boek van de kerk’ te lezen vanuit de erkenning van de prioriteit van de lezing van de Schriften als ‘boek van Israël’.
3. Het is voor christenen vanwege de door hen beleden ‘onopgeefbare verbondenheid’ van theologische betekenis te leren hoe joden de Schriften verstaan. Consequentie daarvan is ook dat Judaïca of Judaïstiek een theologisch vak is aan een christelijke theologische opleiding.
4. Het Nieuwe Testament is slechts te verstaan vanuit het taaleigen en de leefwereld van de Schriften van Israël (Marquardt).
5. Wanneer het jood-zijn van Jezus niet de basis vormt de christologie – welke dan ook - , wordt deze docetisch of gnostisch.
6. Het is een bijzondere ontwikkeling dat joden en christenen na Auschwitz gezamenlijk de Schriften kunnen bestuderen, zowel in het leerhuis als aan de universiteit. Zo is er een beginnend gesprek tussen een christelijke bijbelse theologie van het Oude Testament en een joodse theologie van Tenach (Rolf Rendtorff, Jon Levenson, M.H. Goshen-Gottstein).
7. De joods-christelijke dialoog staat nog in de kinderschoenen maar is veelbelovend. Zie bijv. de bundel Frymer-Kensky e.a. (eds.), Christianity in Jewish Terms, Boulder/Oxford 2000.
