Module Verkenning Religieuze Praktijk
Unit 2 Wat komt op je af?
Gestalten van joods leven en geloven
Doel:
Het is de bedoeling dat u in dit onderdeel van de religieuze verkenning via literatuur en ontmoeting enigermate in contact komt met het leven en geloven van joden. Door bestudering en waarneming zal er tevens hopelijk een bewustwording optreden van uw eigen positie ten aanzien van Joden en jodendom.
Uitgangsposities zullen bij studenten ongetwijfeld zeer verschillend zijn: de ene student weet misschien niets van het jodendom, de andere student heeft reeds uitvoerig kennis genomen van vormen van joods leven in eigen omgeving of in de staat Israël. Voor allen zal het echter moeten gaan om de interpretatie van eerdere en recente waarnemingen, waarbij zowel het vertrouwde als het vreemde zich aandient. Vragen ten aanzien van de eigen identiteit komen vaak sterk naar voren in ontmoeting en confrontatie met de vreemde ander. De uitdaging van deze module schuilt er in deze vragen te onderkennen en onder woorden te brengen.
- Kennismaking met het jodendom
Hoe moet de joodse ander individueel en collectief worden aangeduid? Bestaat er voorkeur voor het meer historische begrip ‘jodendom’of voor het meer theologische begrip ‘Israël’? In het officiële kerkelijke spraakgebruik wordt bijna altijd gekozen voor theologische begrippen, zoals in de formulering van het eerste zinsdeel van artikel I,7 van de concept-kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland: "De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël".
Een ongedifferentieerd gebruik van de naam 'Israël' leidt tot verwarring over de betekenis van dit begrip: Wordt 'het volk Israël in de bijbel' bedoeld of 'de joodse geloofsgemeenschap van de synagoge' of 'het joodse volk verspreid over de hele wereld' in het verleden en heden of slaat deze naam op de hedendaagse 'staat Israël'? Om verwarring te vermijden wordt in de dialoog soms gekozen voor de meer neutrale aanduiding 'het gesprek tussen Joden en christenen' om daarmee aan te geven, dat de deelnemers aan de dialoog niet spreken namens instituten of groeperingen maar alleen zichzelf vertegenwoordigen. Maar ook de benamingen 'Joden' en 'christenen' houden een identificatie in met groeperingen, die bepaald zijn door historische en religieuze factoren. Er gaat al een hele discussie schuil achter de beslissing om ‘joden’ of ‘Joden’ te schrijven, met kleine letter of hoofdletter; met andere woorden: om uitsluitend uit te gaan van de religieuze dimensie van het joodse volk of om ook de etnische dimensie tot uitdrukking te willen brengen. Vaak worden verschillende namen en begrippen zonder onderscheid door elkaar gebruikt, waardoor de verwarring nog wordt vergroot.
Voordat christenen zich in een dialoog met Joden begeven, is het noodzakelijk zich eerst grondig te verdiepen in deze begrippen en zich op de hoogte te stellen van het jodendom en van het zelfverstaan van het ‘volk Israël’.
Lezen: A. van der Heide, Het Jodendom, Serie Wegwijs, Kok Kampen, 2001, pp. 11- 50.
Oefenopdrachten:
1. Wat zijn uw indrukken na het lezen van deze globale inleiding tot de geschiedenis van Joden en jodendom? Wat was nieuw, wat was onbekend? Wat gaf een gevoel van herkenning, wat een gevoel van vervreemding? Probeer gevoelens van bewondering, vervreemding, weerstand onder woorden te brengen.
2. Welke aanrakingspunten hebt u gekend of hebt u nog met Joden of met het jodendom, in uw eigen leven en in uw omgeving?
3. Waar in uw omgeving, of misschien verder afgelegen, is een (voormalige) synagoge te vinden? Wilt u proberen deze synagoge te bezoeken en uw waarnemingen te beschrijven? Wilt u letten op de inrichting van het gebouw, (nog) aanwezige religieuze attributen, de eventuele vrouwengalerij, de (voormalige) plek van de torarollen, enz.
4. Waar in uw omgeving is een monument voor joodse slachtoffers van de Sjoa? Leeft in uw omgeving de herinnering aan wat in de Tweede Wereldoorlog met de Joden is gebeurd? Wat betekent deze herinnering voor u zelf?
- Joods Historisch Museum in Amsterdam
Gelegen aan het Jonas Daniël Meijerplein is dit museum, gevestigd in het voormalige, totaal gerenoveerde Asjkenazische synagogencomplex, een uitstekende mogelijkheid om kennis te maken met het verleden en heden van het jodendom en het joodse volk.
Probeer bij een bezoek aan het museum met een gericht aandachtsveld of met een aantal vragen in gedachten de collectie en de eventuele bijzondere expositie(s) te bekijken. Bijvoorbeeld:
- Welke omschrijving wordt in het museum gegeven van de joodse identiteit en hoe wordt deze in de opstelling van de collectie uitgewerkt?
- Wat is de betekenis van de Sjoa voor de joodse identiteit? Wordt deze betekenis benadrukt of wordt juist getracht te vermijden dat het jodendom voornamelijk of uitsluitend gedefinieerd wordt vanuit de invalshoek van de Sjoa?
- Wat is de plaats van en de beleving van de sabbat en de joodse feesten in het gehele van de joodse identiteit?
Kies één van deze aandachtsvelden uit en schrijf hierover een kort verslag, waarin met name gelet wordt op de eigen verwerking na de confrontatie met het gebodene in het museum.
Wanneer het voor u onmogelijk is het Joods Historisch Museum te bezoeken, kunt u wellicht met de richtvragen de onderstaande literatuur bestuderen. Ook voor anderen is deze literatuur misschien een welkome aanvulling.
Literatuur:
L. Evers, Jodendom voor beginners. Een heldere inleiding, Amsterdam 1999.
A. van der Heide, Jodendom, Serie Wegwijs, Kok Kampen 2001, Hoofdstuk 5, pp. 120-163.
- De Staat Israël en de tweede Intifada
Voor Joden is de staat Israël een onlosmakelijk onderdeel van hun identiteit, vervulling van een eeuwenoud gekoesterd verlangen, een eigen plek na de verschrikkingen van de Sjoa, een plaats waar de religieuze en culturele identiteit van het jodendom vrijuit kan opbloeien. Voor Palestijnen is de Staat Israël een kolonialistisch en westers fenomeen midden in de Arabische wereld, een bastion van politieke en militaire overmacht, symbool van 35 jaar bezetting en onderdrukking.
Deze diametraal tegenover elkaar staande opvattingen en belevingen worden onderbouwd door religieuze overtuigingen, - joodse, christelijke en islamitische.
In Nederland identificeren Joden zich sterk met de Staat Israël, terwijl vele (vooral islamitische) allochtonen zich vereenzelvigen met de Palestijnse zaak.
In de kerken is de discussie over deze problematiek vaak sterk gepolariseerd en worden positiekeuzen veelal verdedigd met een beroep op de bijbel of op godsdienstige opvattingen. In deze verkenning is het de bedoeling enig inzicht te krijgen in deze verschillende overtuigingen en belevingen.
Literatuur:
S. Schoon, Geworteld in Israël. Gedachten over de verhouding tussen de kerk en het joodse volk, Kok Kampen 1984, hoofdstuk V, pp. 38-44.
S. Schoon, ‘Vergeving tussen Joden en Palestijnen’, in: C. Houtman, A.J. Jelsma, H.C. van der Sar (red.), Ruimte voor vergeving, Kok Kampen 1998, pp. 115-132.
H. Ashrawi, ‘The Intifada: Political Analysis’, in: N.S. Ateek, M.H. Ellis, R.R. Ruether (eds.), Faith and the Intifada. Palestinian Christian Voices, Orbis Maryknoll 1992, pp. 9-17.
Oefenopdrachten:
- Welke opvattingen ten aanzien van Israël en de Palestijnen kent u en komt u tegen in uw eigen omgeving? Worden deze opvattingen gemotiveerd en verdedigd met religieuze en theologische argumenten?
- Probeer zo objectief mogelijk de Israëlische en Palestijnse posities te beschrijven in het huidige conflict in het Midden-Oosten. Geef daarbij vooral ruimte aan de angsten en verwachtingen aan beide kanten van dit verscheurende conflict.
- Dialoog tussen Joden en christenen
Wat zijn de meest centrale thema's, die joden vanuit hun identiteit aanreiken voor het gesprek, en welke thema's brengen christenen bij voorkeur naar de dialoogtafel? Aan joodse kant zal steeds weer grote waarde gehecht worden aan het gesprek over de volgende thema's:
1. Bestrijding van antisemitisme en racisme.
Allereerst wordt van christenen verwacht, dat gezamenlijk de strijd aangebonden wordt tegen het kwaad van antisemitisme en racisme. Er wordt ook steeds opnieuw aandacht gevraagd voor het bezig zijn met de indringende vragen, die de Sjoa zowel aan Joden als christenen stelt.
2. Informatie over de joodse identiteit.
Hoewel aan joodse kant de neiging bestaat om historische en politieke thema's prioriteit te geven op de agenda van de dialoog, is er ook een sterke behoefte om tegenover veel voorkomende misverstanden en vooroordelen informatie te verschaffen aan christenen over de joodse identiteit, over kernzaken als Tora en halacha, joodse feesten en gewoonten, wijsheid en mystiek, joodse kunst en cultuur. Daarbij wordt van christenen nadrukkelijk gevraagd, dat ze elke vorm van jodenzending afwijzen.
3. Onderstrepen van het belang van Israël als land, volk en staat.
Joden vragen van christenen te erkennen, dat Israël als volk, land en staat een onlosmakelijk onderdeel vormt van de joodse identiteit. Hoewel de vele voetangels en klemmen van deze thematiek ook binnen het jodendom en in de staat Israël aanleiding geven tot felle debatten, verwacht men van christenen in de dialoog een volmondige erkenning van de joodse identiteit, inclusief het land en de staat Israël. Alleen wanneer deze solidariteit duidelijk is gebleken, is men aan joodse zijde bereid om ook kritisch in te gaan op alle vragen die de moderne staat Israël oproept.
Christenen hebben over het algemeen een ander prioriteitenlijstje voor de dialoog dan Joden. De volgende thema's zullen daarop steeds weer terugkeren:
1. Messianisme en de messianiteit van Jezus.
2. Het verschillend lezen van dezelfde Schriften, die Joden Tenach noemen en christenen het Oude Testament.
Ook wanneer duidelijk is, dat deze thema's vanuit christelijke gezichtspunt tot op vandaag de belangrijkste theologische geschilpunten vormen, dan is daarmee nog niet automatisch uitgemaakt dat deze punten ook de meest geschikte dialoogthema's zouden zijn. De identificatie van Jezus als messias is namelijk een geloofsstandpunt op de basis van de christelijke overtuiging ten aanzien van Pasen, een uitgangspunt waarover nauwelijks of geen dialoog mogelijk is. Het is onjuist om in de joods-christelijke dialoog de 'waarheidsvraag', zoals die over de messianiteit van Jezus, aan de orde te willen stellen buiten de concrete praxis van het al of niet messiaanse leven van christenen om. In het jodendom gaat het om een totale wijze van leven, waarvan de religieuze 'waarheidsvraag' niet geabstraheerd kan worden in een verbaal gebeuren als de dialoog. Hoewel niet ontkend kan worden, dat in het jodendom ook theologie wordt beoefend en 'de waarheidsvraag' soms ter sprake wordt gebracht, is dit toch een veel minder centraal gebeuren dan in het christendom. Wanneer christenen in de dialoog hun favoriete thema's min of meer opleggen aan joodse gesprekspartners, dan blijkt uit deze houding, dat zij zich niet hebben gedistantieerd van het eeuwenoude christelijke superioriteitsbesef.
Literatuur:
S. Schoon, Onopgeefbaar verbonden.Op weg naar vernieuwing in de verhouding tussen de kerk en het volk Israël, Kampen 1998, pp. 251-265.
Oefenopdracht:
Zou u zich een lijstje van thema’s kunnen voorstellen, waarover Joden en christenen samen een dialoog zouden kunnen beginnen? Hoe ziet zo’n lijstje er volgens u uit?
Inzendopgave
Wilt u onder woorden brengen wat de kennismaking en ontmoeting met het Jodendom aan vragen opwerpt ten aanzien van uw eigen identiteit. Het gaat om ongeveer 4 A4-tjes.
U kunt daarbij één of enkele van de oefenopdrachten uit elk van de bovenstaande hoofdstukjes verwerken, bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen:
- Welke aanrakingspunten hebt u gekend of hebt u nog met Joden of met het jodendom, in uw eigen leven en in uw omgeving? Zijn deze raakvlakken van invloed op uw identiteit?
- Wat is naar uw indruk de betekenis van de Sjoa voor de joodse identiteit? Stelt volgens u de Sjoa ook fundamentele vragen aan de christelijke identiteit?
- Voelt u zich in bijzondere zin betrokken bij het huidige conflict tussen Israëli’s en Palestijnen? Raakt dit conflict de christelijke identiteit in Europa anders dan andere conflicten in de wereld?
- Welke thema’s zouden uw voorkeur hebben in een joods-christelijke dialoog, en waarom?
