Toespraak op de manifestatie SOLIDAIR MET ISRAEL op maandag 21 januari 1991 in de Apollohal in Amsterdam.
Dames en heren,
Namens een aantal organisaties mag ik hier het woord voeren. Allereerst namens het OJEC, het Overlegorgaan van Joden en Christenen, waarin de joodse kerkgenootschappen samen met een paar andere organisaties een platform van overleg en samenwerking hebben gevormd met de christelijke kerken. Nog vóór het uitbreken van de Golfoorlog en vóór de Iraakse raketaanval op Tel Aviv heeft het OJEC een verklaring uitgegeven. En wel op donderdag 10 januari, één dag na het mislukte overleg tussen Baker en Aziz in Genève. Die verklaring luidde als volgt: "Nu Irak bij monde van zijn minister van buitenlandse zaken, Tarik Aziz, in Genève onomwonden zijn agressieve bedoelingen jegens Israël heeft uitgesproken, roepen wij de kerken op hun solidariteit met Israël tot uitdrukking te brengen. Wij vertrouwen er op dat de kerken in gebedsbijeenkomsten en andere manifestaties hun betrokkenheid laten blijken bij de bedreigde situatie van Israël".
Aan deze oproep ( nog vóór de oorlog) is in brede kring gehoor gegeven, niet alleen door middel van officiële verklaringen, maar vooral door akties van christenen en aandacht voor Israël in gebedswakes en andere bijeenkomsten.
En toen het dreigement van Aziz werd uitgevoerd en Israël in de nacht van vrijdag 18 januari door Irak met raketten was bestookt, ging er een golf van meeleven en betrokkenheid door de kerken in Nederland. Dit was het moment waarop niet zozeer het OJEC als samenwerkingsorgaan met de joodse gemeenschap maar juist de kerken zelf direct moesten spreken. De daarvoor aangewezen instanties in de Ned.Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken lieten vrijdagmorgen 18 januari onmiddellijk in een verklaring weten diep geschokt te zijn en spraken hun solidariteit met Israël uit en tevens hun meeleven met de joodse gemeenschap in Nederland. (Deze verklaring is zonet door ds.Wallet geciteerd). De leiding van beide kerken, de synodebesturen, stelden zich volledig achter deze verklaring. Mij is dan ook door de voorzitter van de Gereformeerde Synode gevraagd mede namens de Gereformeerde Kerken te spreken en kenbaar te maken dat deze kerken zich met hun solidariteit en gebeden naast Israël staan. Dat is gisteren ook gebeurd in honderden kerkdiensten in het hele land. Uiteraard spelen emoties hierbij een grote rol. Hoe kan het ook anders? Gasmaskers wekken afschuwelijke associaties op. En de gedachte dat de chemische wapens aan Irak geleverd zijn door West‑Europa, met name door Duitsland, is onverdragelijk.
Mij is gevraagd ook te spreken namens het Interkerkelijk Contact Israël, een organsatie waarin 8 kerken en een vereniging vertegenwoordigd zijn. Vanmorgen in vergadering bijeen schreven zij een brief met het oog op deze manifestatie en spraken hun onopgeefbare verbondenheid uit met het joodse volk en hun solidariteit met Israël.
Wat zijn al die woorden waard? zult u vragen. Het is in elk geval beter dan zwijgen. Maar het komt toch vooral op daden aan die met deze woorden overeenstemmen. Als ik dit zeg, gaan mijn gedachten uit naar het christelijke project Nes Ammim in Israël, waar het grote merendeel van de mensen is gebleven. Dit ondanks een oproep van de Nederlandse ambassadeur om weg te gaan. Deze mensen, ongeveer 60 volwassenen en 40 kinderen, zijn vrijwel allen leden van de Nederlandse kerken. Zij weten zich door de kerken hier gesteund. En omgekeerd zijn ze daar ook namens die kerken, ook nu ze evenals alle Israëli's verschillende nachten hebben doorgebracht in afgeplakte kamertjes met gasmaskers op. Misschien spreken op dit moment daden meer dan woorden. Als voormalig bewoner van Nes Ammim kan ik me hun gevoelens enigermate indenken. Op de derde dag van de Yom Kippoer‑oorlog in 1973 vertrokken mijn vrouw en ik naar Israël, reden op weg naar Nes Ammim door een verduisterd land en zaten er tijdens het luchtalarm samen met vele anderen in de schuilkelders. Het ging toen en het gaat nu niet om enige heldhaftigheid, want uiteraard laten zorg en angst zich niet zomaar onderdrukken. Maar het gaat wel om een heel concrete en fysieke vorm van solidariteit.
Tenslotte: Als ik vooral namens het OJEC het woord voer, wil ik de hoop uitspreken dat het niet bij deze golf van sympathie blijft in tijden van nood en onzekerheid. Want ik moet erkennen met schaamte dat in meer ‘normale’ tijden de kerken Israël soms hinderlijk moraliserend voor de voeten kunnen lopen. De Nederlandse Raad van Kerken heeft afgelopen vrijdag aan het OJEC te kennen gegeven "diep geschokt te zijn door de brute aanval op Israël". In de afgelopen jaren hebben we van die zijde verscheidene keren uitspraken vernomen waarover we (zacht gezegd) minder te spreken waren. Wij als OJEC achten het bijvoorbeeld niet op de weg van de kerken liggen een vrijage met de PLO aan te gaan. Bruggen bouwen kan ook op een andere manier. Enige bescheidenheid past o.i. kerken en christenen tegenover Israël. Er is in de afgelopen dagen opnieuw gebleken dat er geen plaats is voor een ‑ meermalen tot uiting gebracht ‑ naïef optimisme als zou Israël reeds volledig aanvaard zijn door de meeste Arabische staten en door de PLO.
Het OJEC blijft daarom kerken en christenen oproepen om onomstotelijk duidelijk te blijven maken dat zij achter het bestaan van de staat Israël staan en deze staat als een ondeelbaar moment aanvaarden van de joodse identiteit. Vandaag is die solidariteit in elk geval duidelijk. Ik wil kerken en christenen oproepen om zich er voor in te zetten dat die duidelijkheid blijft, ook morgen en volgend jaar. Want vriendschap is meer dan noodhulp. Trouw moet blijken. Am Yisrael Chai (het volk Israël leeft).
Simon Schoon
Sprekers:
Opening door Ronny Naftaniel, van het CIDI
Drs.Brinkman, namens het CDA
Dhr.Wöltgens, namens de PvdA
Dhr.Bolkestein, namens de VVd
Dhr.Van Mierlo, namens D'66
Minister Dales, namens de regering
Ds.Wallet, namens de Ned.Herv.Synode
Dr.Schoon, namens OJEC (tevens namens de Geref.Kerken)
Dhr.Hartog, namens het Israël Comité Nederland
Dhr.Bavli, ambassadeur van Israël in Nederland
